Je EigenRoute
Sign inRegister

Vocabulary

2767 words · page 22 of 111

  • donkerA1

    dark

    In de winter is het om vijf uur al donker.

  • doodA2

    dead

    De plant is dood, want ik vergat water te geven.


    de dood

    death

    Na de dood van zijn vader verhuisde hij naar Utrecht.

  • doorA1

    through; by

    We liepen door het park.

  • doorgaanB1separableirregular

    ging door · gingen door · zijn doorgegaan

    to go ahead, to take place; to continue

    Door de regen kan de markt vandaag niet doorgaan.

  • doorgevenB1separableirregular

    gaf door · gaven door · hebben doorgegeven

    to pass on

    Kun je dat aan je collega doorgeven?


    to report, to pass on (information)

    Geef een adreswijziging door aan de gemeente.

  • doorverbindenB1separableirregular

    verbond door · verbonden door · hebben doorverbonden

    to put through (a call)

    Ik verbind u door met de juiste afdeling.

  • doorverwijzenB1separableirregular

    verwees door · verwezen door · hebben doorverwezen

    to refer on

    De huisarts verwees mij door naar het ziekenhuis.

  • de doosA1

    box

    De boeken zitten in een doos.

  • het dorpA1

    village

    Zij komt uit een klein dorp.

  • de dorstA1

    thirst

    Heb je dorst?

  • de doucheA1

    shower

    Ik neem 's ochtends een douche.

  • downloadenA2

    downloadde · hebben gedownload

    to download

    Download de app op je telefoon.

  • draaienA2

    draaide · hebben gedraaid

    to turn, to spin

    Draai de sleutel twee keer om in het slot.

  • dragenA1irregular

    droeg · droegen · hebben gedragen

    to wear; to carry

    Hij draagt een zwarte jas.

  • de drankA2

    drink, beverage

    Wat voor drank wil je erbij?

  • dreigenA2

    dreigde · hebben gedreigd

    to threaten

    Hij dreigde met een rechtszaak.

  • de drempelA1

    threshold, doorstep

    Pas op voor de drempel bij de deur.

  • drieA1

    three

    De les duurt drie uur.

  • dringendB1

    urgent

    Dit is een dringend bericht.

  • drinkenA1irregular

    dronk · dronken · hebben gedronken

    to drink

    Wat wil je drinken?

  • drogenA2

    droogde · hebben/zijn gedroogd

    to dry

    Ik hang de was buiten om te drogen.

  • dromenA1

    droomde · hebben gedroomd

    to dream

    Ik droomde vannacht over mijn familie.

  • droogA1

    dry

    De was is nog niet droog.

  • de droogteB1

    drought

    Door de droogte mag je de tuin niet sproeien.

  • de droomA2

    dream

    Mijn droom is een eigen restaurant openen.