Je EigenRoute
Sign inRegister

Vocabulary

5480 words · page 20 of 220

  • de bereidingstijdA2

    preparation time

    De bereidingstijd is twintig minuten.

  • het bereikB2

    reach

    Het bereik van de campagne was groot.

  • bereikenA1

    bereikte · hebben bereikt

    to reach

    Je kunt mij het beste per mail bereiken.

  • de bergA2

    mountain

    In Nederland zijn geen hoge bergen, wel heuvels.

  • de bergketenB2

    mountain range

    De bergketen loopt van noord naar zuid.

  • de bergruimteA2

    storage space

    Er is weinig bergruimte in dit appartement.

  • het berichtA1

    message

    Ik stuur je straks een bericht.

  • de berichtgevingB2

    reporting, coverage

    De berichtgeving was eenzijdig.

  • de berkB2

    birch

    De berk heeft een witte stam.

  • beroemdA2

    famous

    Hij is een beroemde zanger in zijn eigen land.

  • het beroepA2

    profession

    Wat is uw beroep?


    appeal (against a decision)

    Je kunt binnen zes weken in beroep gaan tegen het besluit.

  • de beroepservaringB2

    professional experience

    Zij heeft twintig jaar beroepservaring.

  • de beroepsgroepB2

    occupational group

    Deze beroepsgroep heeft eigen regels.

  • de beroepskeuzeB1

    career choice

    Zijn beroepskeuze verraste zijn ouders.

  • de beroepskwalificatieB2

    professional qualification

    Je beroepskwalificatie moet erkend worden.

  • het beroepsonderwijsB2

    vocational education

    Het beroepsonderwijs leidt op voor een vak.

  • de beroepsopleidingB2

    vocational training

    Hij volgde een beroepsopleiding tot elektricien.

  • de beroepspraktijkB1

    professional practice

    In de beroepspraktijk werkt dat anders.

  • de beroepsprocedureB1

    appeal procedure

    Tegen dit besluit loopt een beroepsprocedure.

  • het beroepsprofielB2

    occupational profile

    Het beroepsprofiel beschrijft de vereiste vaardigheden.

  • de beroepsziekteB2

    occupational disease

    Gehoorschade kan een beroepsziekte zijn.

  • het berouwB2

    remorse

    Hij toonde oprecht berouw.

  • berustenB2

    berustte · hebben berust

    to resign oneself

    Uiteindelijk berustte hij in de situatie.

  • de berustingB2

    resignation, acceptance

    Hij sprak met een zekere berusting over de uitslag.

  • bescheidenB2

    modest

    Ondanks zijn succes bleef hij bescheiden.