Vocabulary
4398 words · page 176 of 176
de zorgprofessionalB2
healthcare professional
Elke zorgprofessional volgt bijscholing.
de zorgsectorB2
care sector
De zorgsector kampt met hoge werkdruk.
de zorgstandaardB2
care standard
Er is een landelijke zorgstandaard voor diabetes.
het zorgstelselB2
healthcare system
Het Nederlandse zorgstelsel staat onder druk.
de zorgtoeslagA2
healthcare allowance
Met een laag inkomen krijg je zorgtoeslag.
de zorgverlenerB1
care provider
Bespreek dit met uw zorgverlener.
de zorgverleningB2
provision of care
De zorgverlening thuis wordt uitgebreid.
de zorgverzekeraarB2
health insurer
De zorgverzekeraar vergoedt deze behandeling niet.
de zorgverzekeringA2
health insurance
Een zorgverzekering is in Nederland verplicht.
de zorgvraagB2
demand for care
De zorgvraag stijgt door de vergrijzing.
het zoutA1
salt
Er zit te veel zout in.
salty
De soep is me veel te zout.
het zoutgehalteB2
salt content
Het zoutgehalte in kant-en-klaarmaaltijden is hoog.
het zuidenA2
south
In het zuiden van Nederland is het vaak warmer.
de zuigelingB2
infant
Een zuigeling slaapt het grootste deel van de dag.
de zusA1
sister
Ik bel mijn zus elke week.
de zuurstofB2
oxygen
De patiënt kreeg extra zuurstof via een slangetje.
de zwaanB2
swan
De zwaan verdedigt haar jongen.
de zwaartekrachtB2
gravity
Zonder zwaartekracht zweeft alles.
de zwagerA1
brother-in-law
Mijn zwager woont in Rotterdam.
de zwangerschapB2
pregnancy
Tijdens de zwangerschap ging zij minder werken.
het zwembadB1
swimming pool
Het zwembad is op maandag gesloten.
het zwerfafvalB2
litter
Vrijwilligers ruimen het zwerfafval op.
de zzp'erB2
self-employed person without staff
Steeds meer bouwvakkers werken als zzp'er.

