Je EigenRoute
Sign inRegister

Vocabulary

4334 words · page 152 of 174

  • verstandigB1

    sensible, wise

    Het is verstandig om een reservekopie te maken.

  • versterkenB1

    versterkte · hebben versterkt

    to strengthen

    Sport versterkt het gevoel van samenhorigheid in de buurt.

  • verstoppenA2

    verstopte · hebben verstopt

    to hide (away)

    De kinderen verstoppen zich achter de bank.

  • verstorenB1

    verstoorde · hebben verstoord

    to disrupt, to disturb

    Een groep jongeren verstoorde de vergadering.

  • verstrekkenB1

    verstrekte · hebben verstrekt

    to provide, to supply (formal)

    De gemeente verstrekt informatie over toeslagen.

  • versturenA2

    verstuurde · hebben verstuurd

    to send off

    Verstuur het formulier voor vrijdag.

  • vertalenA2

    vertaalde · hebben vertaald

    to translate

    Kun je deze brief voor mij in het Engels vertalen?

  • de vertalingA2

    translation

    De vertaling dekt de nuance niet.

  • vertellenA1

    vertelde · hebben verteld

    to tell

    Vertel eens, hoe was je dag?

  • vertonenB1

    vertoonde · hebben vertoond

    to show, to screen; to display

    Het filmhuis vertoont vanavond een Iraanse film.

  • de vertragingA2

    delay

    De trein heeft tien minuten vertraging.

  • het vertrekB1

    departure

    Het vertrek is om kwart over acht.

  • de vertrekhalA2

    departures hall

    We spreken af in de vertrekhal.

  • vertrekkenA2irregular

    vertrok · vertrokken · zijn vertrokken

    to depart

    De trein vertrekt over vijf minuten.

  • de vertrektijdA2

    departure time

    Wat is de vertrektijd van de trein?

  • vertrouwenA1

    vertrouwde · hebben vertrouwd

    to trust

    Ik vertrouw mijn buren, ze zijn altijd eerlijk.


    het vertrouwen

    trust, confidence

    Het kost tijd om vertrouwen op te bouwen.

  • het vervalB1

    decline, decay

    Het oude kasteel is in verval geraakt.

  • vervallenB1irregular

    verviel · vervielen · zijn vervallen

    to expire, to lapse; to decay

    Je oude bankpas vervalt aan het eind van de maand.

  • vervangenA2irregular

    verving · vervingen · hebben vervangen

    to replace

    De monteur moet de kapotte lamp vervangen.

  • zich vervelenA2reflexive

    verveelde · hebben verveeld

    to be bored

    De kinderen vervelen zich in de vakantie.

  • vervelendB1

    unpleasant, annoying

    Wat vervelend dat je ziek bent.

  • vervenA2

    verfde · hebben geverfd

    to paint (walls), to dye

    We gaan dit weekend de slaapkamer verven.

  • het vervoerB1

    transport

    Openbaar vervoer is hier goed geregeld.

  • het vervoerbewijsB1

    travel ticket

    U moet een geldig vervoerbewijs hebben.

  • vervoerenB1

    vervoerde · hebben vervoerd

    to transport, to carry

    De ambulance vervoerde de patiënt naar het ziekenhuis.