Je EigenRoute
Sign inRegister

Vocabulary

3699 words · page 145 of 148

  • de zeeA1

    sea

    De zee is vandaag onrustig.

  • de zeepA1

    soap

    Was je handen met zeep.

  • zeerB1

    very (formal)

    De service in dit hotel was zeer goed.

  • zeggenA1irregular

    zei · zeiden · hebben gezegd

    to say

    Wat zei je?

  • zekerA1

    certain, sure

    Weet je dat zeker?

  • de zekerheidB1

    certainty, security

    Een vast contract geeft meer zekerheid.

  • zeldenA2

    rarely

    Ik ga zelden naar de bioscoop.

  • zeldzaamB1

    rare

    Deze vogel is heel zeldzaam in Nederland.

  • zelfA1

    self, oneself

    Dat heb ik zelf gemaakt.

  • zelfsB1

    even

    Zelfs op zondag werkt hij in de winkel.

  • zelfstandigB1

    self-reliant, independent

    Je moet in deze functie zelfstandig kunnen werken.

  • de zelfstandigheidB1

    independence

    De functie vraagt veel zelfstandigheid.

  • de zelfstudieB1

    self-study

    Naast de les doe ik veel zelfstudie.

  • zendenB1irregular

    zond · zonden · hebben gezonden

    to send; to broadcast

    De omroep zendt de wedstrijd live uit.

  • zenuwachtigA2

    nervous

    Ik ben zenuwachtig voor het examen.

  • zesA1

    six

    We eten om zes uur.

  • zestienA1

    sixteen

    Met zestien jaar mag je in Nederland op een scooter rijden.

  • zestigA1

    sixty

    Mijn vader is zestig geworden.

  • de zetelB1

    seat (in parliament)

    De partij won vijf zetels in de Tweede Kamer.

  • zettenA1

    zette · hebben gezet

    to put, to place upright

    Zet de stoel bij het raam.

  • zevenA1

    seven

    Een week heeft zeven dagen.

  • zeventigA1

    seventy

    Buiten de bebouwde kom mag je zeventig.

  • het zichtB1

    visibility, view, sight

    Door de mist was er weinig zicht op de weg.

  • zichtbaarB1

    visible

    Draag in het donker een zichtbaar hesje op de fiets.

  • ziekA1

    ill

    Ik ben vandaag ziek.