Vocabulary
4398 words · page 142 of 176
het tentamenB2
university exam
Het tentamen is over drie weken.
de tentoonstellingB1
exhibition
In het museum is een nieuwe tentoonstelling.
het terloopsB2
in passing
Hij noemde het terloops in het gesprek.
de termB1
term
Wat betekent deze term in de economie?
de termijnB1
instalment; term
Je kunt in termijnen betalen.
het termijnbedragB2
instalment amount
Het termijnbedrag gaat in januari omhoog.
het terrasB1
terrace, outdoor seating
Bij mooi weer zitten we op het terras.
het terreinB1
grounds, site; field (of expertise)
Op het terrein van de fabriek mag je niet roken.
de teruggaafB2
tax refund
De teruggaaf staat over zes weken op je rekening.
de terugkeerB1
return
Na zijn terugkeer uit Syrië vond hij snel werk.
de terugkoppelingB2
feedback, response
Wij geven binnen een week terugkoppeling.
de terugroepactieB2
product recall
De fabrikant startte een terugroepactie.
de testA2
test (medical, technical)
De dokter doet een test om te zien wat je hebt.
het testamentB2
will, testament
Mijn opa heeft zijn testament bij de notaris laten maken.
de tevredenheidB2
satisfaction
De tevredenheid onder werknemers is gestegen.
het theaterB1
theatre
In het theater draait een nieuw stuk.
het theaterbezoekB1
theatre visit
Een theaterbezoek is best duur.
de theeA1
tea
Ik drink liever thee dan koffie.
het themaB1
theme
Het thema van de les is wonen in Nederland.
de theorieA2
theory
In theorie klopt het, in de praktijk niet.
de theorievormingB2
theory building
Deze studie draagt bij aan de theorievorming.
de therapieB1
therapy
Hij volgt therapie na het ongeluk.
de therapietrouwB2
treatment adherence
Therapietrouw bepaalt vaak het resultaat.
de therapievormB2
form of therapy
Er bestaan verschillende therapievormen.
de thermometerA2
thermometer
Meet even met de thermometer.

