Vocabulary
4398 words · page 141 of 176
de teenA1
toe
Ik stootte mijn teen tegen de tafel.
het tegenargumentB2
counter-argument
Op dat tegenargument had hij geen antwoord.
de tegenstanderB1
opponent
Onze tegenstander was veel sterker dan wij.
de tegenstellingB2
contrast, contradiction
Er zit een tegenstelling in zijn verhaal.
de tegenvallerB2
setback, unpleasant surprise
De rekening van de tandarts was een flinke tegenvaller.
de tegenwerpingB2
objection
Hij had op elke tegenwerping een antwoord.
het tegoedA2
credit, balance
Er staat nog tegoed op mijn kaart.
het tekenB1
sign
Een rode lucht is een teken van mooi weer.
de tekeningA2
drawing
Mijn dochter maakte een mooie tekening van ons huis.
het tekortB1
shortage, deficit
Er is een groot tekort aan leraren.
de tekstA1
text
Lees de tekst en beantwoord daarna de vragen.
de tekstschrijverB2
copywriter
De tekstschrijver werkt freelance.
de tekstsoortB2
text type
Elke tekstsoort heeft eigen conventies.
de telefoonA1
phone
Mijn telefoon is leeg.
het telefoonabonnementB2
phone contract
Mijn telefoonabonnement loopt maandelijks af.
het telefoongesprekB1
phone call
Na het telefoongesprek was alles duidelijk.
het telefoonnummerA1
telephone number
Mag ik je telefoonnummer, dan bel ik je morgen?
de teleurstellingB2
disappointment
De uitslag was een grote teleurstelling.
de televisieA1
television
De televisie staat de hele dag aan.
de temperatuurB1
temperature
De temperatuur daalt vannacht.
de temperatuurstijgingB1
temperature rise
De temperatuurstijging is duidelijk zichtbaar.
het temperatuurverloopB2
temperature trend
Het temperatuurverloop staat in de grafiek.
het tempoB1
pace
Het tempo van de cursus ligt hoog.
het tennisA2
tennis
Op woensdag speel ik tennis met mijn zus.
de tentA2
tent
We slapen deze zomer in een tent op de camping.

