Je EigenRoute
Sign inRegister

Vocabulary

1768 words · page 14 of 71

  • het detailB1

    detail

    Hij vertelde het verhaal tot in elk detail.

  • de deurA1

    door

    Doe je de deur even dicht?

  • de deurmatA2

    doormat

    Veeg je voeten op de deurmat.

  • de dialoogB1

    dialogue

    Oefen de dialoog met een medecursist.

  • het dieetA2

    diet

    Hij volgt een streng dieet.

  • de dienstB1

    service; shift

    Zij heeft vandaag dienst in het ziekenhuis.

  • de dienstregelingA2

    timetable

    De dienstregeling verandert in december.

  • het dienstverbandA2

    employment (contract type)

    Zij heeft een vast dienstverband.

  • de dienstverleningB1

    service provision

    Onze dienstverlening moet klantvriendelijker.

  • het dierA1

    animal

    In het park zie je veel dieren.

  • de DigiDA2

    national digital ID login

    Met DigiD log je in bij de overheid.

  • de dijkB1

    dyke, levee

    Nederland wordt beschermd door dijken.

  • het dingA1

    thing

    Wat is dat voor een ding?

  • de dinsdagA1

    Tuesday

    Dinsdag heb ik een afspraak.

  • het diplomaB1

    diploma

    Mijn diploma is hier erkend.

  • de directeurA2

    director, head

    De directeur van de school spreekt met de ouders.

  • de discriminatieA2

    discrimination

    Discriminatie op de arbeidsmarkt komt nog steeds voor.

  • de discussieA2

    discussion, debate

    De discussie liep hoog op.

  • de docentB1

    teacher, lecturer

    De docent legt de opdracht nog een keer uit.

  • de dochterA1

    daughter

    Onze dochter is vijf jaar oud.

  • het documentB1

    document

    Sla het document op voordat je de computer uitzet.

  • het doekA1

    cloth

    Veeg de tafel af met een doek.

  • het doelA1

    goal, aim

    Wat is het doel van deze cursus?

  • de doelstellingB1

    objective, target

    We hebben onze doelstelling gehaald.

  • de dokterA1

    doctor

    Ik ga morgen naar de dokter.