Je EigenRoute
Sign inRegister

Vocabulary

4398 words · page 139 of 176

  • de symfonieB2

    symphony

    De symfonie bestaat uit vier delen.

  • het symptoomB1

    symptom

    Koorts is een bekend symptoom.

  • de synagogeB2

    synagogue

    De synagoge is nu ook museum.

  • het synoniemB2

    synonym

    Zoek een synoniem voor dit woord.

  • het systeemB1

    system

    Het nieuwe systeem op het werk werkt nog niet goed.

  • de taakA2

    task

    Dat is niet mijn taak.

  • de taakomschrijvingA2

    task description

    Dat staat niet in mijn taakomschrijving.

  • de taakstellingB1

    target, set task

    De taakstelling voor dit jaar is ambitieus.

  • de taakstrafB2

    community service order

    Hij kreeg een taakstraf van veertig uur.

  • de taakverdelingB1

    division of tasks

    We maken een duidelijke taakverdeling.

  • de taalA1

    language

    Nederlands is een moeilijke taal.

  • de taalachterstandB2

    language delay

    Een taalachterstand haal je met extra les vaak in.

  • de taalbeheersingB2

    language mastery

    Zijn taalbeheersing is bijna moedertaalniveau.

  • de taalcoachB2

    language coach

    Een vrijwillige taalcoach oefent wekelijks met haar.

  • de taalcursusB1

    language course

    Ik volg een taalcursus in het buurthuis.

  • de taaleisB1

    language requirement

    Er geldt een taaleis van niveau B1.

  • het taalexamenB1

    language exam

    Het taalexamen bestaat uit vier onderdelen.

  • de taalfoutB1

    language mistake

    In je brief staan een paar taalfouten.

  • het taalgebruikB2

    language use

    Het taalgebruik in de brief is te informeel.

  • de taallesA2

    language lesson

    Ik heb twee keer per week taalles.

  • het taalniveauB1

    language level

    Voor die opleiding heb je taalniveau B1 nodig.

  • de taaltoetsA2

    language test

    Voor de cursus doe je eerst een taaltoets.

  • de taalvaardigheidB1

    language proficiency

    Je taalvaardigheid gaat snel vooruit.

  • de taartA1

    cake, pie

    Op mijn verjaardag maak ik een taart.

  • de tabelB1

    table (chart)

    In de tabel zie je de prijzen per maand.