Vocabulary
3699 words · page 137 of 148
het vrijwilligerswerkB1
volunteer work
Zij doet vrijwilligerswerk in het buurthuis.
vroegA1
early
Ik sta elke dag vroeg op.
vroegerA2
in the past, formerly
Vroeger woonde ik in een dorp.
vrolijkA2
cheerful, merry
Zij is altijd vrolijk op haar werk.
de vrouwA1
woman
De vrouw leest een boek.
wife
Mijn vrouw werkt bij de gemeente.
vrouwelijkB1
female, feminine
Steeds meer vrouwelijke studenten kiezen voor techniek.
vuilA2
dirty, filthy
Mijn schoenen zijn vuil van de modder.
vullenA2
vulde · hebben gevuld
to fill
Kun je de fles even met water vullen?
het vuurA2
fire
We zaten 's avonds bij het vuur in de tuin.
het vuurwerkB1
fireworks
Met oud en nieuw kijken we naar het vuurwerk.
waaienA2
waaide · hebben gewaaid
to blow (of wind)
Het waait vandaag zo hard dat ik niet ga fietsen.
waarA1
where
Waar woon je?
waardB1
worth
Dit oude schilderij is veel geld waard.
de waardeA2
value
De waarde van het huis is gestegen.
waardoorB1
as a result of which
Het regende hard, waardoor de wedstrijd niet doorging.
de waarheidB1
truth
Je moet altijd de waarheid vertellen.
waaromA1
why
Waarom kom je niet?
waarschijnlijkA1
probably
Hij komt waarschijnlijk te laat.
waarschuwenB1
waarschuwde · hebben gewaarschuwd
to warn
Ik had je nog gewaarschuwd.
de waarschuwingB1
warning
Hij kreeg een waarschuwing omdat hij door rood fietste.
wachtenA2
wachtte · hebben gewacht
to wait
Ik wacht al een half uur.
de wachtkamerA2
waiting room
Neemt u plaats in de wachtkamer.
de wachtlijstB1
waiting list
Er is een lange wachtlijst voor die behandeling.
de wachttijdB1
waiting time
De wachttijd voor een sociale huurwoning is lang.
het wachtwoordA2
password
Ik ben mijn wachtwoord vergeten.

