Je EigenRoute
Sign inRegister

Vocabulary

7809 words · page 135 of 313

  • het kredietB2

    credit, loan

    De bank verstrekte een krediet van tien mille.

  • de kredietwaardigheidB2

    creditworthiness

    Je kredietwaardigheid wordt vooraf getoetst.

  • de kreetB2

    cry, shout; slogan

    Met een kreet van vreugde viel zij hem om de hals.

  • kreunenB2

    kreunde · hebben gekreund

    to groan, to moan

    De gewonde man lag te kreunen van de pijn.

  • krijgenA1irregular

    kreeg · kregen · hebben gekregen

    to get, to receive

    Ik heb een brief gekregen.

  • krijsenB2

    krijste · hebben gekrijst

    to screech, to shriek

    Het kind krijste toen het zijn moeder niet meer zag.

  • krimpenB2irregular

    kromp · krompen · zijn gekrompen

    to shrink

    Mijn trui is in de wasmachine gekrompen.

  • de kringB1

    circle; circle (of people)

    Ze zaten in een kring en vertelden over hun weekend.

  • de kringloopwinkelB2

    thrift shop

    In de kringloopwinkel vond zij een kast.

  • de kringverjaardagB2

    birthday party seated in a circle

    Een kringverjaardag met koffie en taart is heel Nederlands.

  • de kritiekB1

    criticism

    De nieuwe regels krijgen veel kritiek van ouders.

  • kritischA2

    critical

    Lees de tekst kritisch.

  • de kroegB2

    pub, bar

    Na het werk gaan de collega’s vaak naar de kroeg.

  • kromB2

    crooked, bent

    Door het zware werk loopt de oude man krom.

  • de kroonB1

    crown (of a monarch)

    De koningin draagt de kroon alleen bij officiële gelegenheden.


    crown (dental)

    Er komt een kroon op deze tand.

  • het kruidB1

    herb

    Verse kruiden maken het gerecht af.

  • de kruidenA2

    herbs, spices

    Doe er wat kruiden bij.

  • kruipenA2irregular

    kroop · kropen · hebben/zijn gekropen

    to crawl

    De baby kan al kruipen en wil overal heen.

  • het kruisB2

    cross

    Op de top van de kerk staat een kruis.

  • de kruisbesmettingB2

    cross-contamination

    Gebruik aparte planken om kruisbesmetting te voorkomen.

  • kruisenB2

    kruiste · hebben gekruist

    to cross

    Hier kruist het fietspad de drukke weg.

  • het kruispuntB1

    junction, crossroads

    Bij het kruispunt sla je rechts af.

  • de kruiwagenB2

    wheelbarrow

    Breng het zand met de kruiwagen.

  • de krukB2

    stool; crutch

    Na de operatie liep hij een maand met krukken.

  • de krulB2

    curl

    Mijn dochter heeft lange blonde krullen.