Vocabulary
4398 words · page 133 of 176
de spreekbeurtB1
oral presentation
Mijn dochter houdt morgen een spreekbeurt.
de spreekkamerB1
consulting room
De dokter roept u zo in de spreekkamer.
de spreekstijlB2
speaking style
Zijn spreekstijl is rustig en helder.
de spreektaalB1
spoken language
In spreektaal zeg je dat korter.
het spreektempoB1
speaking pace
Zijn spreektempo ligt erg hoog.
het spreekuurA2
consultation hours
Het spreekuur is van negen tot elf.
de spreekvaardigheidB1
speaking skill
Mijn spreekvaardigheid is zwakker dan mijn leesvaardigheid.
het spreekwoordB2
proverb
Dat is een bekend Nederlands spreekwoord.
de spreidingB2
diversification
Spreiding verkleint je risico.
de sprekerB1
speaker
De spreker kreeg een groot applaus.
het springtijB2
spring tide
Bij springtij is het verschil het grootst.
de sproetenB2
freckles
In de zomer krijgt zij sproeten.
het sprookjeB2
fairy tale
Elk sprookje heeft een moraal.
de spullenA1
stuff, belongings
Neem je spullen mee.
het staafdiagramB2
bar chart
Het staafdiagram vergelijkt vier jaren.
het staalB2
steel; sample
De brug is gemaakt van staal.
de staarB2
cataract
Staar is goed te opereren.
de staartA2
tail; ponytail
De hond kwispelt blij met zijn staart.
de staatB1
state
De staat betaalt een groot deel van het onderwijs.
het staatsbestelB2
system of state
Het staatsbestel is in de grondwet vastgelegd.
de staatsburgerB2
citizen (of a state)
Na naturalisatie ben je Nederlands staatsburger.
het staatshoofdB2
head of state
Het staatshoofd ondertekent de wetten.
de staatsinrichtingB2
system of government
De staatsinrichting van Nederland is een monarchie met een parlement.
de staatsschuldB2
national debt
De staatsschuld is de afgelopen jaren opgelopen.
de staatssecretarisB2
state secretary, junior minister
De staatssecretaris presenteerde nieuwe regels voor toeslagen.

