Vocabulary
3699 words · page 132 of 148
viesA1
dirty
Je schoenen zijn vies.
disgusting, nasty (of taste or smell)
Deze medicijnen smaken behoorlijk vies.
vijfA1
five
Het kost vijf euro.
vijfdeA1
fifth
Neem de vijfde straat links.
vijftienA1
fifteen
Mijn dochter wordt volgende week vijftien jaar.
vijftigA1
fifty
Ik betaal met een briefje van vijftig.
de villaB1
villa
Aan het water staat een grote witte villa.
vindenA1irregular
vond · vonden · hebben gevonden
to find; to think (of)
Ik kan het niet vinden.
de vingerA1
finger
Ik heb mijn vinger gesneden.
het virusA2
virus
Het virus verspreidt zich via de lucht.
de visA1
fish
Op vrijdag eten we vaak vis.
de visieB1
vision, view
De gemeente heeft een duidelijke visie op de toekomst.
het visumB1
visa
Mijn moeder heeft een visum nodig om ons te bezoeken.
de vitamineA2
vitamin
In de winter slik ik extra vitamine D.
de vlaA1
custard
Als toetje eten we vla.
de vlagA2
flag
Op Koningsdag hangt overal de Nederlandse vlag.
vlakB1
flat
Nederland is een erg vlak land.
right (close by)
De bushalte is vlak bij mijn huis.
vlakbijA2
close by
Wij wonen vlakbij het station, op vijf minuten lopen.
het vleesA1
meat
Zij eet geen vlees.
de vleugelB1
wing; grand piano
De vogel had een gebroken vleugel.
vliegenA2irregular
vloog · vlogen · hebben/zijn gevlogen
to fly
We vliegen volgende week naar Marokko.
het vliegtuigA2
aeroplane
Het vliegtuig vertrekt om zeven uur.
het vliegveldA2
airfield, airport
We moeten twee uur voor vertrek op het vliegveld zijn.
de vloerA1
floor
De vloer is nog nat.
de vloerverwarmingA2
underfloor heating
In de badkamer ligt vloerverwarming.
de vluchtA2
flight; escape
Onze vlucht naar Istanbul heeft twee uur vertraging.

