Je EigenRoute
Sign inRegister

Vocabulary

7809 words · page 130 of 313

  • de klimaatzoneB1

    climate zone

    Nederland ligt in een gematigde klimaatzone.

  • klimmenA2irregular

    klom · klommen · hebben/zijn geklommen

    to climb

    De kinderen klimmen in de boom in de tuin.

  • de kliniekB1

    clinic

    Hij heeft een afspraak bij de kliniek voor zijn oog.

  • klinkenB1irregular

    klonk · klonken · hebben geklonken

    to sound

    Dat plan klinkt goed, laten we het proberen.

  • de klokA1

    clock

    De klok in de keuken loopt voor.


    bell

    De klok van de kerk luidt elke zondagochtend.

  • de klompenB2

    clogs

    Op het land droegen boeren klompen.

  • de kloofB2

    gap, divide

    De kloof tussen arm en rijk wordt groter.

  • het kloosterB1

    monastery, convent

    In het oude klooster wonen nog vijf nonnen.

  • kloppenA2

    klopte · hebben geklopt

    to be correct; to knock

    Klopt dit adres?

  • de klusB1

    job, task (practical)

    Het schilderen van de keuken was een flinke klus.

  • klussenB1

    kluste · hebben geklust

    to do odd jobs, DIY

    Mijn buurman is elke zaterdag in zijn huis aan het klussen.

  • de knaapB2

    lad, boy

    Hij was nog maar een knaap toen hij naar Nederland kwam.

  • de knalB1

    bang, explosion

    Om middernacht hoorden we een harde knal.

  • knallenB2

    knalde · hebben geknald

    to bang, to pop

    Met oud en nieuw knallen overal vuurpijlen.

  • knapA2

    clever; good-looking

    Wat knap dat je het examen in één keer hebt gehaald!

  • knappenB2

    knapte · zijn geknapt

    to snap, to crack

    Het touw knapte en de schommel viel op de grond.

  • de kneuzingB2

    bruise, contusion

    Het is geen breuk, alleen een kneuzing.

  • de knieA1

    knee

    Mijn knie doet pijn bij het lopen.

  • knielenB2

    knielde · hebben geknield

    to kneel

    Zij knielde naast het kind om het te troosten.

  • knijpenB2irregular

    kneep · knepen · hebben geknepen

    to pinch, to squeeze

    Mijn kleine broertje kneep mij in mijn arm.

  • knikkenB2

    knikte · hebben geknikt

    to nod

    Hij knikte instemmend.

  • knippenA2

    knipte · hebben geknipt

    to cut (with scissors)

    Ik laat morgen mijn haar knippen bij de kapper.

  • knipperenB2

    knipperde · hebben geknipperd

    to blink, to flash

    Bij het afslaan moet je met je lichten knipperen.

  • de knoopB1

    button

    Er is een knoop van het overhemd af.


    knot

    Hij legt een stevige knoop in het touw.

  • het knooppuntB2

    route junction node

    Volg de knooppunten 12, 15 en 21.