Vocabulary
4398 words · page 129 of 176
de slaapkamerA1
bedroom
Wij hebben twee slaapkamers.
de slaapkwaliteitB2
sleep quality
Schermgebruik verslechtert de slaapkwaliteit.
het slaapmiddelB2
sleeping pill
Een slaapmiddel is geen langetermijnoplossing.
het slaapritmeB2
sleep rhythm
Nachtdiensten verstoren je slaapritme.
het slachtofferA1
victim, casualty
Het slachtoffer is aanspreekbaar.
de slagB1
blow; battle; go (aan de slag)
Na de vakantie ga ik meteen weer aan de slag.
de slagaderB2
artery
De slagader vervoert zuurstofrijk bloed.
de slagerA2
butcher
Bij de slager is het vlees beter.
de slapeloosheidB2
insomnia
Slapeloosheid komt vaak door stress.
het slavernijverledenB2
history of slavery
De stad bood excuses aan voor het slavernijverleden.
de sleutelA2
key
Ik ben mijn sleutel kwijt.
het sleutelbeenB2
collarbone
Het sleutelbeen breekt vaak bij fietsers.
het sleutelbosA1
bunch of keys
Mijn sleutelbos ligt op de kast.
de sleuteloverdrachtB2
handover of keys
De sleuteloverdracht is op 1 juli.
de sloganB2
slogan
Iedereen kent die slogan.
de slootB2
ditch
Langs het weiland loopt een sloot.
het slotB1
lock
Doe de deur altijd op slot als je weggaat.
end, conclusion (tot slot)
Tot slot wil ik iedereen bedanken voor zijn komst.
de sluisB2
lock (waterway)
Het schip wacht voor de sluis.
de sluitingB2
closure
Door de sluiting van de fabriek verliezen honderd mensen hun baan.
de smaakA2
taste, flavour
De smaak is een beetje zoet.
de smaakzinB2
sense of taste
De smaakzin verandert met de leeftijd.
de smartphoneB2
smartphone
Vrijwel iedereen heeft een smartphone.
het smeltpuntB2
melting point
IJzer heeft een hoog smeltpunt.
de smogB2
smog
Bij warm weer ontstaat sneller smog.
de snackA2
snack
Neem een gezonde snack mee.

