Je EigenRoute
Sign inRegister

Vocabulary

2767 words · page 12 of 111

  • de bezemA1

    broom

    Pak even de bezem.

  • bezetA1

    occupied, taken

    Deze plaats is bezet.

  • de bezienswaardigheidB1

    sight, attraction

    De grachten zijn de bekendste bezienswaardigheid.

  • bezigA1

    busy (doing something)

    Ik ben nu even bezig.

  • zich bezighoudenB1separablereflexiveirregular

    hield bezig · hielden bezig · hebben beziggehouden

    to be occupied with, to deal with

    Zij houdt zich bezig met vrijwilligerswerk.

  • het bezoekA1

    visit, visitors

    We krijgen vanavond bezoek.

  • bezoekenA2irregular

    bezocht · bezochten · hebben bezocht

    to visit

    We bezoeken zondag mijn ouders.

  • de bezoekerA2

    visitor

    Elke bezoeker krijgt bij de ingang een plattegrond.

  • het bezoekuurA2

    visiting hours

    Het bezoekuur is van twee tot vier.

  • bezorgenA2

    bezorgde · hebben bezorgd

    to deliver

    Ze bezorgen het pakket morgen.

  • de bezorgkostenA2

    delivery charges

    Boven de dertig euro betaal je geen bezorgkosten.

  • het bezwaarschriftB1

    notice of objection

    U kunt binnen zes weken een bezwaarschrift indienen.

  • de bibliotheekA2

    library

    De bibliotheek is op zondag gesloten.

  • biddenB1irregular

    bad · baden · hebben gebeden

    to pray

    Mijn grootmoeder bidt elke avond voor het slapen.

  • biedenB1irregular

    bood · boden · hebben geboden

    to offer, to provide

    De gemeente biedt hulp bij het zoeken naar werk.

  • het bierA2

    beer

    Op het terras drinkt hij een glas bier.

  • bijA1

    at, near, with

    Ik ben bij de dokter.

  • de bijbaanA2

    side job

    Naast mijn studie heb ik een bijbaan.

  • de bijdrageA2

    contribution

    Iedereen betaalt een eigen bijdrage.

  • de bijeenkomstB1

    meeting, gathering

    De gemeente organiseert een bijeenkomst voor nieuwe inwoners.

  • bijkomenB1separableirregular

    kwam bij · kwamen bij · zijn bijgekomen

    to recover, to catch one's breath

    Ik ben nog aan het bijkomen van de reis.

  • de bijlageB1

    attachment, enclosure

    In de bijlage vindt u mijn cv.

  • de bijlesB1

    extra tuition

    Hij krijgt bijles voor Nederlands.

  • bijnaA1

    almost

    Ik ben bijna klaar.

  • de bijrijderB1

    passenger (front seat)

    De bijrijder leest de route voor.