Je EigenRoute
Sign inRegister

Vocabulary

4887 words · page 117 of 196

  • de overlijdensakteB2

    death certificate

    De notaris vraagt om de overlijdensakte.

  • de overnameB2

    takeover

    Na de overname door een Duits bedrijf verloren veel mensen hun baan.

  • het overschotB1

    surplus, remainder

    Dit jaar heeft de gemeente een overschot op de begroting.

  • de overstapB2

    transfer, connection

    De overstap in Utrecht duurt vier minuten.

  • de overstapserviceB2

    switching service

    De overstapservice regelt de opzegging voor je.

  • de overstromingB1

    flood

    De overstroming veroorzaakte veel schade.

  • de overtredingB2

    offence, violation

    Door rood rijden is een overtreding met een hoge boete.

  • de overtuigingB1

    conviction, belief

    Iedereen mag zijn eigen politieke overtuiging hebben.

  • de overtuigingskrachtB2

    persuasiveness

    Zijn betoog mist overtuigingskracht.

  • de overurenA2

    overtime hours

    Deze week heb ik veel overuren gemaakt.

  • de overvalB2

    robbery, raid

    Bij de overval op de juwelier werd niemand gewond.

  • de overwaardeB2

    home equity surplus

    Door de overwaarde konden zij verbouwen.

  • de overwegingB1

    consideration

    Na lange overweging heeft zij de baan aangenomen.

  • het overwerkB1

    overtime

    Overwerk wordt bij ons niet betaald.

  • de overwinningB1

    victory

    De spelers vierden de overwinning met de fans.

  • het overzichtA2

    overview

    Hier is een overzicht van de kosten.

  • de paalB1

    post, pole

    Hij zette zijn fiets vast aan een paal.

  • het paarA1

    a few, pair

    Ik blijf nog een paar dagen.

  • het paardA2

    horse

    Het paard graast in de wei.

  • het padA2

    path

    Volg het smalle pad door het bos.

  • de paddenstoelB2

    mushroom, toadstool

    In het najaar schieten de paddenstoelen op.

  • de paginaA2

    page (also web page)

    Open je boek op pagina vijftig.

  • het pakA2

    suit; pack, carton

    Hij draagt een donker pak naar de bruiloft.

  • het pakjeA1

    parcel, packet

    Er ligt een pakje voor je bij de buren.

  • het pakketA2

    parcel, package

    Het pakket wordt morgen tussen negen en twaalf bezorgd.