Vocabulary
2767 words · page 101 of 111
vorigA1
previous, last
Vorig jaar woonde ik nog in Polen.
de vorkA1
fork
Er ligt geen vork op tafel.
de vormB1
form, shape
Deze tafel heeft een ronde vorm.
vormenB1
vormde · hebben gevormd
to form
De kinderen vormen een kring rond de leraar.
de vorstB1
frost
Vannacht wordt er vorst verwacht.
monarch, sovereign
De vorst opende zelf het nieuwe gebouw.
de vraagA1
question
Mag ik u een vraag stellen over het formulier?
de vraagstellingB1
phrasing of the question
Let goed op de vraagstelling van de opdracht.
de vrachtwagenA2
lorry, truck
Een grote vrachtwagen staat midden op de straat.
vragenA1irregular
vroeg · vroegen · hebben gevraagd
to ask
Mag ik iets vragen?
to ask for, to request
Hij vraagt zijn buurman om hulp.
de vredeB1
peace
Iedereen wil in vrede en veiligheid leven.
vreemdA2
strange; foreign
Ik hoorde vannacht een vreemd geluid in de keuken.
vreselijkA2
terrible, dreadful (informal)
Ik had vreselijke hoofdpijn na het feest.
de vriendA1
friend
Hij is een goede vriend van mij.
boyfriend, partner
Ze woont samen met haar vriend in Utrecht.
vriendelijkA2
friendly, kind
De mensen in deze winkel zijn altijd erg vriendelijk.
de vriendinA1
female friend, girlfriend
Mijn vriendin komt uit Spanje.
de vriendschapA1
friendship
Onze vriendschap duurt al twintig jaar.
de vriezerA2
freezer
Het brood ligt in de vriezer.
vrijA1
free, vacant
Is deze stoel vrij?
de vrijdagA1
Friday
Vrijdag werk ik thuis.
de vrijetijdsbestedingB1
leisure, pastime
Sport is zijn favoriete vrijetijdsbesteding.
de vrijheidA2
freedom
Vrijheid van meningsuiting kent grenzen.
de vrijwilligerA2
volunteer
Zij werkt als vrijwilliger bij de voedselbank.
het vrijwilligerswerkB1
volunteer work
Zij doet vrijwilligerswerk in het buurthuis.
vroegA1
early
Ik sta elke dag vroeg op.
vroegerA2
in the past, formerly
Vroeger woonde ik in een dorp.

