Vocabulary
3981 words · page 10 of 160
de bachelorB2
bachelor's degree
Na je bachelor kun je doorstuderen.
de bacterieB2
bacterium
Niet elke bacterie is schadelijk.
de badkamerA1
bathroom
De badkamer is boven.
de badkuipA2
bathtub
In deze badkamer staat geen badkuip.
de bagageA2
luggage
Laat je bagage niet alleen achter.
de bakkerA2
baker, bakery
Ik haal brood bij de bakker.
de balA1
ball
De kinderen spelen met een bal in de tuin.
de balieA2
desk, counter (reception)
U kunt uw pakket ophalen bij de balie.
de baliemedewerkerB2
front desk employee
De baliemedewerker hielp mij snel.
het balkonA2
balcony
Op het balkon staan planten.
de banaanA1
banana
Wil je een banaan?
de bandA2
tyre
Mijn band is lek.
het banenverliesB2
job losses
Automatisering kan leiden tot banenverlies.
de bankA2
bank
Ik heb een rekening bij deze bank.
sofa; bench
We zitten 's avonds samen op de bank te lezen.
het bankafschriftB1
bank statement
Op het bankafschrift zie je alle betalingen.
de bankkostenB1
bank charges
De bankkosten zijn dit jaar verhoogd.
de bankrekeningA2
bank account
Je hebt een bankrekening nodig voor je salaris.
de barB1
bar
We drinken na het werk iets aan de bar.
de barmanB2
barman
De barman kent iedereen bij naam.
de basisB1
basis, foundation
Een goede basis in taal helpt bij elke opleiding.
de basisbehoefteB2
basic need
Wonen is een basisbehoefte, geen luxe.
het basisonderwijsB2
primary education
Het basisonderwijs duurt acht jaar.
de basisregistratieB2
population register
Je adres staat in de basisregistratie personen.
de basisschoolA2
primary school
Mijn dochter zit in groep vijf van de basisschool.
het basketbalA2
basketball
Op dinsdag speel ik basketbal met mijn vrienden.

