Vocabulary
16 words · page 1 of 1
waardB1
worth
Dit oude schilderij is veel geld waard.
waardevolB2
valuable
Zijn advies was waardevol.
wakkerA1
awake
Ik word elke ochtend om zes uur wakker.
wanhopigB2
desperate
Hij zocht wanhopig naar een oplossing.
warmA1
warm, hot
De soep is nog warm.
weinigA1
little, few
Ik heb weinig tijd.
welbespraaktB2
articulate
Hij is een welbespraakt spreker.
welsprekendB2
eloquent
Zij is een welsprekend spreker.
welwillendB2
well-disposed, benevolent
De directie stond welwillend tegenover het voorstel.
wereldwijdB1
worldwide
Het probleem van plastic is wereldwijd bekend.
werkloosB1
unemployed
Hij is sinds januari werkloos.
wetenschappelijkA2
scientific
Er is wetenschappelijk bewijs voor deze aanpak.
wettelijkB2
legal, statutory
Er is een wettelijk minimumloon in Nederland.
wijsB2
wise
Mijn grootvader was een wijze en rustige man.
wildB1
wild
In dit park leven wilde paarden.
witA1
white
De muren zijn wit geverfd.

