Vocabulary
269 words · page 9 of 11
de wijkbewonerB1
neighbourhood resident
De wijkbewoners kwamen bijeen in het buurthuis.
het wijkcentrumB1
community centre
In het wijkcentrum zijn gratis activiteiten.
de wijkverpleegkundigeB2
district nurse
De wijkverpleegkundige komt dagelijks langs.
de wijnA2
wine
Bij het eten drinken ze een glas rode wijn.
wijsB2
wise
Mijn grootvader was een wijze en rustige man.
de wijzeB2
manner, way (formal)
Op deze wijze leer je de woorden sneller.
wijzenB1irregular
wees · wezen · hebben gewezen
to point
Zij wees naar het huis aan de overkant.
wildB1
wild
In dit park leven wilde paarden.
de wilgB2
willow
Langs de sloot staat een rij wilgen.
willenA1irregular
wilde · wilden · hebben gewild
to want
Ik wil graag koffie.
de wilskrachtB2
willpower
Met wilskracht alleen kom je er niet.
de wilsverklaringB2
advance directive
In een wilsverklaring leg je je wensen vast.
de windB1
wind
Er staat vandaag veel wind.
de windkrachtB1
wind force
Er wordt windkracht acht verwacht.
de windmolenB1
windmill, wind turbine
Langs de kust staan veel windmolens.
het windparkB2
wind farm
Het windpark op zee levert stroom voor een miljoen huishoudens.
de windrichtingB2
wind direction
De windrichting draait naar het noorden.
de windstootB2
gust of wind
Een windstoot blies de parasol om.
de winkelA2
shop
De winkel is op zondag gesloten.
het winkelcentrumA2
shopping centre
Het winkelcentrum is net verbouwd.
de winkeldiefstalB2
shoplifting
Winkeldiefstal wordt altijd gemeld bij de politie.
de winkelierA2
shopkeeper
De winkelier kent al zijn klanten.
de winkelketenA2
retail chain
Deze winkelketen heeft filialen door het hele land.
het winkelmandjeA2
shopping basket
Voor een paar dingen pak ik een winkelmandje.
het winkelpersoneelA2
shop staff
Het winkelpersoneel helpt je graag.

