Je EigenRoute
Sign inRegister

Vocabulary

215 words · page 5 of 9

  • de werkgeversbijdrageB2

    employer contribution

    De werkgeversbijdrage aan het pensioen is fors.

  • het werkgeverschapB2

    employership

    Goed werkgeverschap gaat verder dan het salaris.

  • de werkgeverslastenB2

    employer costs

    De werkgeverslasten zijn dit jaar gestegen.

  • de werkgeversorganisatieB2

    employers' organisation

    De werkgeversorganisatie onderhandelt namens de bedrijven.

  • de werkgeversverklaringB1

    employer's statement

    Voor de hypotheek heb je een werkgeversverklaring nodig.

  • de werkgroepB2

    seminar group

    In de werkgroep bespreken we de stof.

  • de werkhoudingB1

    work attitude

    Zijn werkhouding is voorbeeldig.

  • de werkinstructieA2

    work instruction

    Lees de werkinstructie goed door.

  • het werkloosheidscijferB2

    unemployment figure

    Het werkloosheidscijfer is historisch laag.

  • de werkloosheidsuitkeringB2

    unemployment benefit

    De werkloosheidsuitkering duurt maximaal twee jaar.

  • de werknemerB1

    employee

    Elke werknemer heeft recht op vakantiedagen.

  • de werkomgevingA2

    work environment

    Ik heb een prettige werkomgeving.

  • de werkopdrachtB1

    work assignment

    Ik kreeg een nieuwe werkopdracht van mijn leidinggevende.

  • het werkoverlegB1

    work meeting, staff consultation

    Elke maandag is er werkoverleg.

  • het werkplanA2

    work plan

    We maken eerst een werkplan.

  • de werkplekA2

    workplace, desk

    Mijn werkplek is bij het raam.

  • het werkplezierB1

    enjoyment of work

    Werkplezier is net zo belangrijk als salaris.

  • het werkprocesB2

    work process

    Het werkproces staat in een handboek beschreven.

  • de werkrelatieB1

    working relationship

    Een goede werkrelatie maakt het werk prettiger.

  • het werkritmeB1

    work rhythm

    Na de vakantie moet ik mijn werkritme weer vinden.

  • het werkroosterB2

    work schedule

    Het werkrooster komt een week van tevoren.

  • het werkschemaB1

    work schedule

    Mijn werkschema wisselt per week.

  • de werksfeerB1

    working atmosphere

    De werksfeer op kantoor is prettig.

  • de werksituatieB1

    work situation

    Beschrijf je huidige werksituatie.

  • de werkstageB1

    work placement

    Zijn werkstage duurt drie maanden.