Vocabulary
215 words · page 3 of 9
de wederopbouwB2
post-war reconstruction
De wederopbouw duurde tot in de jaren zestig.
de wedstrijdA1
match, competition
De wedstrijd begint om drie uur.
het wedstrijdschemaB2
match schedule
Het wedstrijdschema hangt in de kantine.
het wedstrijdverslagB2
match report
Het wedstrijdverslag stond de volgende dag in de krant.
de weekA1
week
Deze week werk ik thuis.
het weekbladB2
weekly magazine
Het weekblad staat vol achtergrondverhalen.
de weekdagA1
weekday
Op weekdagen sta ik vroeg op.
het weekeindeB1
weekend (formal)
Wat zijn jullie plannen voor het komende weekeinde?
het weekendA1
weekend
In het weekend werk ik niet.
de weemoedB2
melancholy, wistfulness
Hij denkt met weemoed terug aan die tijd.
het weerA1
weather
Het weer verandert hier snel.
again
Hij is weer te laat op zijn werk gekomen.
het weeralarmB1
weather warning
Het KNMI gaf een weeralarm af.
het weerberichtB2
weather report
Volgens het weerbericht wordt het droog.
de weerkaartB1
weather map
Op de weerkaart zie je een depressie boven zee.
de weerleggingB2
refutation
Zijn weerlegging overtuigde niemand.
de weersomstandigheidB1
weather condition
Door slechte weersomstandigheden ging de vlucht niet.
de weerstandB2
resistance
Het plan riep veel weerstand op.
de weersverwachtingB1
weather forecast
Volgens de weersverwachting gaat het regenen.
de weersvoorspellingB2
weather forecast
De weersvoorspelling klopte niet.
het weerwoordB2
rejoinder, reply
Hij had geen weerwoord op die kritiek.
de wegA1
road, way
Deze weg gaat naar het centrum.
het wegdekB2
road surface
Het wegdek is glad bij regen.
het wegennetB1
road network
Nederland heeft een dicht wegennet.
het wegverkeerB1
road traffic
Het wegverkeer neemt elk jaar toe.
de wegwerkzaamhedenB1
roadworks
Er zijn wegwerkzaamheden op de A2.

