Je EigenRoute
Sign inRegister

Vocabulary

277 words · page 1 of 12

  • vaakA1

    often

    Ik ga vaak met de fiets.

  • de vaardigheidB1

    skill

    Communiceren is een belangrijke vaardigheid.

  • de vacatureB1

    job vacancy

    Er staat een vacature op hun website.

  • de vaccinatieB1

    vaccination

    De vaccinatie is gratis.

  • het vaccinatieprogrammaB1

    vaccination programme

    Kinderen krijgen prikken via het vaccinatieprogramma.

  • de vaderA1

    father

    Mijn vader kookt heel goed.

  • het vakB1

    subject (school)

    Wiskunde is mijn favoriete vak.


    trade, profession

    Hij verstaat zijn vak.

  • de vakantieA2

    holiday

    We gaan deze zomer op vakantie naar Spanje.

  • het vakantieadresB1

    holiday address

    Geef je vakantieadres door aan je buren.

  • de vakantiebestemmingB1

    holiday destination

    Spanje is een populaire vakantiebestemming.

  • de vakantiedagenA2

    holiday days

    Ik heb nog tien vakantiedagen over.

  • het vakantieparkB1

    holiday park

    We huren een huisje op een vakantiepark.

  • de vakantieplanningB1

    holiday planning

    De vakantieplanning maken we in januari.

  • de valA1

    fall

    Een val is bij ouderen de grootste risicofactor.

  • vallenA1irregular

    viel · vielen · zijn gevallen

    to fall

    Pas op, je valt bijna.


    to fall on (a date)

    Mijn verjaardag valt dit jaar op een zondag.

  • vanA1

    of, from

    Dit is de fiets van mijn broer.

  • vanafA2

    from (on), starting

    Vanaf maandag werk ik vier dagen per week.

  • vanavondA1

    this evening

    Vanavond blijf ik thuis.

  • vandaagA1

    today

    Vandaag is het mooi weer.

  • vandaanA2

    from (where)

    Waar kom jij eigenlijk vandaan, uit welk land?

  • vangenB1irregular

    ving · vingen · hebben gevangen

    to catch

    Mijn zoon ving de bal met één hand.

  • vanmiddagA1

    this afternoon

    Vanmiddag heb ik een afspraak.

  • vanmorgenA1

    this morning

    Vanmorgen was het erg koud.

  • vannachtA1

    last night; tonight

    Vannacht heeft het in het hele land gesneeuwd.

  • vanuitB1

    from (out of)

    Ik werk drie dagen per week vanuit huis.