Vocabulary
277 words · page 8 of 12
de videoA1
video
Ik heb een korte video van het feest gemaakt.
vierA1
four
Wij wonen op nummer vier.
vierdeA1
fourth
Dit is mijn vierde les.
vierenA2
vierde · hebben gevierd
to celebrate
We vieren zaterdag de verjaardag van onze zoon.
vierkantA1
square (shape)
Het plein is bijna vierkant.
viesA1
dirty
Je schoenen zijn vies.
disgusting, nasty (of taste or smell)
Deze medicijnen smaken behoorlijk vies.
vijfA1
five
Het kost vijf euro.
vijfdeA1
fifth
Neem de vijfde straat links.
vijftigA1
fifty
Ik betaal met een briefje van vijftig.
vindenA1irregular
vond · vonden · hebben gevonden
to find; to think (of)
Ik kan het niet vinden.
de vingerA1
finger
Ik heb mijn vinger gesneden.
het virusA2
virus
Het virus verspreidt zich via de lucht.
de visA1
fish
Op vrijdag eten we vaak vis.
de vitamineA2
vitamin
In de winter slik ik extra vitamine D.
de vlaA1
custard
Als toetje eten we vla.
de vlagA2
flag
Op Koningsdag hangt overal de Nederlandse vlag.
vlakB1
flat
Nederland is een erg vlak land.
right (close by)
De bushalte is vlak bij mijn huis.
het vleesA1
meat
Zij eet geen vlees.
vliegenA2irregular
vloog · vlogen · hebben/zijn gevlogen
to fly
We vliegen volgende week naar Marokko.
het vliegtuigA2
aeroplane
Het vliegtuig vertrekt om zeven uur.
de vloerA1
floor
De vloer is nog nat.
de vloerverwarmingA2
underfloor heating
In de badkamer ligt vloerverwarming.
de vluchtA2
flight; escape
Onze vlucht naar Istanbul heeft twee uur vertraging.
de vluchtelingA2
refugee
De gemeente vangt vluchtelingen op.
de vluchtstrookB1
hard shoulder
Sta alleen op de vluchtstrook bij pech.

