Je EigenRoute
Sign inRegister

Vocabulary

5 words · page 1 of 1

  • terugkomenA2separableirregular

    kwam terug · kwamen terug · zijn teruggekomen

    to come back

    Hij komt volgende week terug.

  • thuisblijvenA2separableirregular

    bleef thuis · bleven thuis · zijn thuisgebleven

    to stay at home

    Ik blijf vandaag thuis.

  • toegevenB1separableirregular

    gaf toe · gaven toe · hebben toegegeven

    to admit

    Ze gaf toe dat ze fout zat.


    to give in, to yield

    Uiteindelijk gaf hij toe aan de druk van zijn collega's.

  • toestaanA2separableirregular

    stond toe · stonden toe · hebben toegestaan

    to allow

    Honden zijn hier niet toegestaan.

  • trekkenB1irregular

    trok · trokken · hebben/zijn getrokken

    to pull; to move (travel)

    Je moet de deur trekken, niet duwen.