Vocabulary
229 words · page 8 of 10
de stemA2
voice
Je hebt een mooie stem, zing je vaak?
vote
Iedereen vanaf achttien jaar mag zijn stem uitbrengen.
stemmenA2
stemde · hebben gestemd
to vote
Bij de verkiezingen mag iedereen stemmen.
de sterA2
star
Vannacht zie je veel sterren aan de hemel.
sterkA1
strong
Hij is heel sterk.
strong (of coffee or tea)
Ik drink 's ochtends graag sterke koffie.
stervenB1irregular
stierf · stierven · zijn gestorven
to die
Veel bomen sterven door de droge zomers.
de steunB1
support
Bedankt voor je steun in deze moeilijke tijd.
steunenB1
steunde · hebben gesteund
to support
Mijn familie steunt mij in alles wat ik doe.
de stiefmoederA1
stepmother
Zijn stiefmoeder woont bij hen in huis.
stijgenB1irregular
steeg · stegen · zijn gestegen
to rise
De prijzen van boodschappen stijgen elk jaar.
de stijlB1
style
Ik vind de stijl van dit huis erg mooi.
stilA1
quiet, silent
Wees even stil, alsjeblieft.
de stoelA1
chair
Neem een stoel en ga zitten.
de stoepA2
pavement
Loop op de stoep, niet op het fietspad.
de stofB1
fabric, material; substance
Deze jurk is gemaakt van een zachte stof.
het stof
dust
Op de kast ligt een dikke laag stof.
stofzuigenA2
stofzuigde · hebben gestofzuigd
to vacuum
Ik stofzuig één keer per week.
de stofzuigerA2
vacuum cleaner
Waar staat de stofzuiger?
het stopcontactA1
power socket
Er is hier geen stopcontact.
stoppenA1
stopte · hebben/zijn gestopt
to stop
Hij is gestopt met roken.
de storingA2
malfunction, breakdown
Er is een storing in de verwarming.
de stormB1
storm
Door de storm reden er geen treinen.
de stortingA2
deposit (payment in)
De storting is nog niet zichtbaar op mijn rekening.
de straatA1
street
Ik woon in een rustige straat.
de strafA2
punishment, sentence
Hij kreeg een voorwaardelijke straf.
straksA1
later, in a moment
Ik bel je straks even terug.
het strandB1
beach
Het strand is een half uur rijden.

