Vocabulary
229 words · page 5 of 10
de soepA1
soup
De soep is nog te heet.
de sokA1
sock
Ik kan mijn sokken niet vinden.
de sollicitatieA2
job application
Mijn sollicitatie is afgewezen.
de sollicitatiebriefB1
cover letter
Schrijf een korte, duidelijke sollicitatiebrief.
het sollicitatiegesprekA2
job interview
Ik heb morgen een sollicitatiegesprek.
solliciterenB1
solliciteerde · hebben gesolliciteerd
to apply for a job
Ik heb op drie vacatures gesolliciteerd.
somberA2
gloomy, low
In november voel ik me vaak somber.
sommigeA1
some
Sommige winkels zijn zondag open.
somsA1
sometimes
Soms neem ik de bus.
soortA1
species; kind
Deze soort staat op de rode lijst.
sorryA1
sorry
Sorry, ik ben te laat.
het spaargeldA2
savings
We gebruiken ons spaargeld voor de verbouwing.
het spaarplanB1
savings plan
Ik heb een spaarplan voor de studie van mijn kinderen.
de spaarpotA2
piggy bank
De kinderen sparen in een spaarpot.
de spaarrekeningB1
savings account
Het geld staat op een spaarrekening.
de spaarrenteB1
savings interest
De spaarrente is eindelijk weer gestegen.
het spaartegoedB1
savings balance
Mijn spaartegoed groeit langzaam.
spannendA2
exciting, nerve-racking
Het examen vond hij vooral spannend.
de spanningA2
tension
Er hing spanning in de kamer.
sparenA2
spaarde · hebben gespaard
to save (money)
We sparen voor een nieuwe auto.
speciaalA2
special
Dit restaurant heeft een speciaal menu voor kinderen.
de specialistB1
specialist
De huisarts verwees mij naar een specialist.
de speeltuinB1
playground
De kinderen spelen in de speeltuin.
het spelA2
game (board, computer)
We spelen op zondag vaak een spel met de kinderen.
spelenA1
speelde · hebben gespeeld
to play
De kinderen spelen in de tuin.
to be set, to take place (of a story)
Het verhaal speelt in Amsterdam, vlak na de oorlog.

