Vocabulary
6 words · page 1 of 1
radenA1irregular
raadde · raadden · hebben geraden
to guess
Raad eens wie ik zag!
reagerenA1
reageerde · hebben gereageerd
to respond
Hij heeft nog niet op mijn mail gereageerd.
reizenA1
reisde · hebben/zijn gereisd
to travel
Ik reis elke dag met de trein.
rennenA1
rende · hebben/zijn gerend
to run
De kinderen rennen door de tuin.
zich richtenA1reflexive
richtte · hebben gericht
to be aimed at, to focus on
De cursus richt zich op beginners.
roepenA1irregular
riep · riepen · hebben geroepen
to call, to shout
Roep me als je klaar bent.

