Je EigenRoute
Sign inRegister

Vocabulary

264 words · page 7 of 11

  • de portierB2

    doorman

    De portier liet ons binnen.

  • de positieB1

    position

    Zij heeft een goede positie binnen het bedrijf.

  • positiefB1

    positive

    Probeer positief te blijven, ook als het moeilijk is.

  • positieve discriminatieB2

    affirmative action

    Positieve discriminatie blijft omstreden.

  • de postA2

    post, mail

    Ik heb vandaag een brief van de gemeente met de post gekregen.

  • de postbezorgingB2

    mail delivery

    De postbezorging is nog maar drie dagen per week.

  • het postuurB2

    physique

    Hij heeft een stevig postuur.

  • de postzegelA1

    stamp

    Je hebt een postzegel nodig voor deze brief.

  • prachtigA2

    beautiful, gorgeous

    Vanaf de dijk heb je een prachtig uitzicht.

  • de praktijkB1

    practice

    In de praktijk werkt het anders dan op papier.


    (doctor's) practice

    De praktijk van onze huisarts is op maandag dicht.

  • het praktijkexamenB2

    practical exam

    Het praktijkexamen doe je op locatie.

  • praktijkgerichtB2

    practice-oriented

    De opleiding is sterk praktijkgericht.

  • de praktijkondersteunerB2

    practice nurse

    De praktijkondersteuner begeleidt diabetespatiënten.

  • pratenA1

    praatte · hebben gepraat

    to talk

    We praten straks verder.

  • preciesA1

    exactly, precise

    De trein vertrekt precies om acht uur.

  • de preiA1

    leek

    Doe wat prei in de soep.

  • de premiebetalingB2

    premium payment

    De premiebetaling loopt via je werkgever.

  • de premierB1

    prime minister

    De premier geeft vanavond een persconferentie.

  • de presentatieB1

    presentation

    Ik moet een presentatie geven.

  • presenterenB1

    presenteerde · hebben gepresenteerd

    to present

    Morgen presenteer ik mijn werkstuk voor de klas.

  • de presidentB1

    president

    De president van Frankrijk bezoekt volgende week Nederland.

  • de prestatieB1

    performance, achievement

    De school is trots op de prestaties van de leerlingen.

  • presterenB1

    presteerde · hebben gepresteerd

    to perform

    Onder druk presteert hij juist beter.

  • prettigA2

    pleasant, nice

    Ik vind het prettig om in de ochtend te sporten.

  • de preventieB2

    prevention

    Preventie is goedkoper dan behandeling.