Je EigenRoute
Sign inRegister

Vocabulary

9 words · page 1 of 1

  • nadenkenA2separableirregular

    dacht na · dachten na · hebben nagedacht

    to think over

    Ik moet er nog even over nadenken.

  • nakijkenA2separableirregular

    keek na · keken na · hebben nagekeken

    to mark, to correct (work)

    De docent moet vanavond nog veertig toetsen nakijken.

  • nastrevenB2separable

    streefde na · hebben nagestreefd

    to pursue (a goal)

    Welk doel streef je precies na?

  • navragenB1separableirregular

    vroeg na · vroegen na · hebben nagevraagd

    to check, to enquire about

    Ik zal het even navragen bij de gemeente.

  • negerenB1

    negeerde · hebben genegeerd

    to ignore

    Hij negeert al mijn berichten van deze week.

  • nemenA1irregular

    nam · namen · hebben genomen

    to take

    Ik neem de trein van acht uur.

  • noemenA2

    noemde · hebben genoemd

    to call, to name

    Hoe noem je dit ding in het Nederlands?

  • notulerenB2

    notuleerde · hebben genotuleerd

    to take minutes

    Wie gaat er vandaag notuleren?

  • nuancerenB2

    nuanceerde · hebben genuanceerd

    to qualify, to nuance

    Ik wil die uitspraak wel nuanceren.