Vocabulary
252 words · page 1 of 11
de maagA1
stomach
Ik heb last van mijn maag.
maalB1
times (×)
Drie maal vier is twaalf, dat weet elk kind.
de maaltijdA2
meal
Dit is de belangrijkste maaltijd van de dag.
de maanA2
moon
Vannacht is de maan helemaal rond.
de maandA1
month
Volgende maand ga ik op vakantie.
de maandagA1
Monday
Op maandag begin ik om negen uur.
het maandbedragA2
monthly amount
Het maandbedrag is 45 euro.
het maandbladB2
monthly magazine
Zij schrijft voor een maandblad over wonen.
maandelijksA1
monthly
De huur betaal je maandelijks.
de maandlastenB1
monthly outgoings
Mijn maandlasten zijn dit jaar gestegen.
de maanstandB2
phase of the moon
De maanstand beïnvloedt het getijde.
maarA1
but
Ik wil komen, maar ik heb geen tijd.
maartA1
March
De cursus start in maart.
de maatA2
size
Heeft u dit in een grotere maat?
de maatregelB1
measure
De regering neemt nieuwe maatregelen tegen de hoge prijzen.
maatschappelijkA2
social, societal
Dit is een maatschappelijk probleem, geen individueel probleem.
de maatschappijB1
society; company
Werk helpt mensen om mee te doen in de maatschappij.
de maatschappijleerB2
civics, social studies
Maatschappijleer gaat over politiek en samenleving.
de maatschappijvisieB2
vision of society
Achter dit beleid zit een duidelijke maatschappijvisie.
de maatvoeringB2
sizing
De maatvoering verschilt per merk.
de machineA2
machine
Hij werkt met een grote machine in de fabriek.
de machinistB2
train driver
De machinist remde op tijd.
de machtB1
power
In een democratie ligt de macht bij het volk.
de machtigingB2
authorisation
Zonder machtiging mag ik dat niet regelen.
de machtigingscodeB2
activation code
De machtigingscode komt per post.

