Vocabulary
106 words · page 1 of 5
de laadpaalB1
charging point
Bij het station staan laadpalen voor elektrische auto's.
laagA1
low
De prijs is nu laag.
de laag
layer
Er ligt een dikke laag sneeuw op straat.
laatA1
late
Sorry dat ik te laat ben.
laatsteA1
last
Dit is de laatste bus.
lachenA1irregular
lachte · lachten · hebben gelachen
to laugh
We hebben veel gelachen.
het lakenA1
sheet
De lakens moeten in de was.
de lampA1
lamp
De lamp in de gang is kapot.
het landA1
country
Uit welk land kom je?
de landbouwgrondB1
farmland
Een deel van de landbouwgrond wordt natuurgebied.
het landschapB1
landscape
Het Nederlandse landschap is erg vlak.
langA1
long
Het duurt niet lang.
langsA2
along; past
We fietsen langs de rivier naar het centrum.
langskomenA2separableirregular
kwam langs · kwamen langs · zijn langsgekomen
to drop by
Kom je vanavond even langs?
langzaamA1
slow
Kunt u wat langzamer praten?
de laptopA1
laptop
Thuis werk ik het liefst op mijn laptop.
de lastB1
trouble, bother (last hebben van)
Ik heb last van mijn rug na het tillen.
lastigA2
difficult, tricky; annoying
Het is lastig om in de stad te parkeren.
latenA1irregular
liet · lieten · hebben gelaten
to let, to have (something done)
Ik laat mijn fiets repareren.
laterA1
later
We bellen later wel even.
de leefregelB1
lifestyle rule
De arts gaf mij een paar leefregels mee.
de leefstijlB1
lifestyle
Een gezonde leefstijl voorkomt veel klachten.
de leeftijdA1
age
Wat is de leeftijd van je kinderen?
leegA1
empty
Mijn glas is leeg.
het leerboekA2
textbook
Neem je leerboek mee naar de les.
het leerdoelB1
learning objective
Wat is het leerdoel van deze les?

