Je EigenRoute
Sign inRegister

Vocabulary

198 words · page 5 of 8

  • de leugenB1

    lie

    Dat verhaal over de hond was een leugen.

  • leukA1

    nice, fun

    Dat was een leuke avond.

  • levenA1

    leefde · hebben geleefd

    to live, to be alive

    Mijn opa leeft nog en is al negentig jaar.


    het leven

    life

    Het leven hier is heel anders.

  • de levensbeschouwingB2

    worldview, philosophy of life

    Op school is er les over levensbeschouwing.

  • de levensduurverlengingB2

    life extension

    Repareren is de simpelste levensduurverlenging.

  • het levenseindeB2

    end of life

    Zorg rond het levenseinde is een gevoelig onderwerp.

  • de levenskwaliteitB2

    quality of life

    De behandeling verbetert de levenskwaliteit.

  • de levenslustB2

    zest for life

    Ondanks alles behield hij zijn levenslust.

  • de levensmoedB2

    zest for life, courage to live

    Na het slechte nieuws verloor hij zijn levensmoed.

  • het levensonderhoudB2

    living expenses

    Zij verdient net genoeg voor haar levensonderhoud.

  • de levensstandaardB2

    standard of living

    De levensstandaard is de laatste jaren gedaald.

  • het levenstestamentB2

    living will

    Het levenstestament regelt ook je financiën.

  • de levensverwachtingB2

    life expectancy

    De levensverwachting is de afgelopen eeuw gestegen.

  • de leverB2

    liver

    Alcohol belast de lever.

  • leverenB1

    leverde · hebben geleverd

    to deliver, to supply

    De winkel levert de nieuwe bank op dinsdag.

  • de leveringA2

    delivery

    De levering duurt drie werkdagen.

  • de leveringsvoorwaardenB2

    terms of delivery

    Lees de leveringsvoorwaarden voordat je bestelt.

  • de levertijdA2

    delivery time

    De levertijd is drie werkdagen.

  • lezenA1irregular

    las · lazen · hebben gelezen

    to read

    Lees de tekst nog een keer.

  • het lezerspubliekB2

    readership

    Het lezerspubliek is vooral hoogopgeleid.

  • de lezingB2

    lecture, talk

    De lezing was voor iedereen toegankelijk.

  • het lichaamA1

    body

    Beweging is goed voor je lichaam.

  • de lichaamsbewegingB1

    physical exercise

    Dagelijkse lichaamsbeweging is belangrijk.

  • de lichaamstaalB2

    body language

    Zijn lichaamstaal verried zijn twijfel.

  • het lichtA1

    light

    Doe het licht even aan.


    light (not heavy); bright

    Deze jas is heel licht, ideaal voor de zomer.