Vocabulary
23 words · page 1 of 1
kalendB2
balding
Hij is licht kalend.
kapotA2
broken
Mijn telefoon is kapot, het scherm doet niets meer.
kennelijkB2
evidently
Hij had de vraag kennelijk niet begrepen.
klaarA1
ready, finished
Het eten is klaar.
klaarblijkelijkB2
obviously
Hij had klaarblijkelijk haast.
klantgerichtB1
customer-oriented
Wij werken klantgericht.
klassiekB1
classical; classic
Mijn vader luistert graag naar klassieke muziek.
klassikaalB2
whole-class (teaching)
De uitleg gebeurt klassikaal.
kleinA1
small
Mijn kamer is klein maar gezellig.
klimaatbestendigB2
climate resilient
Steden moeten klimaatbestendig worden ingericht.
klimaatneutraalB2
climate neutral
Het gebouw moet in 2035 klimaatneutraal zijn.
koninklijkB1
royal
Op Koningsdag bezoekt de koninklijke familie een stad.
koppigB2
stubborn
Hij is te koppig om zijn fout toe te geven.
kortA1
short
Het was maar een korte pauze.
kosteloosB1
free of charge
Het advies is kosteloos.
koudA1
cold
Het eten is koud geworden.
krachtigB2
powerful
Deze stofzuiger is klein maar heel krachtig.
kritischA2
critical
Lees de tekst kritisch.
krullendB2
curly
Zij heeft krullend haar.
kwaadA2
angry, cross
Hij werd kwaad om die opmerking.
kwetsbaarB2
vulnerable
Ouderen zijn een kwetsbare groep.
kwetsendB2
hurtful, offensive
Die opmerking was onnodig kwetsend.
kwijtA2
lost, gone
Ik ben mijn portemonnee kwijt, heb jij hem gezien?

