Vocabulary
215 words · page 2 of 9
de kantoortuinB2
open-plan office
In een kantoortuin is het lastig concentreren.
de kantoorurenA2
office hours
Bel tijdens kantooruren.
de kanttekeningB2
caveat, reservation
Bij die conclusie past een kanttekening.
het kapitaalB2
capital
Voor een eigen bedrijf heb je kapitaal nodig.
de kapitaalmarktB2
capital market
De rente op de kapitaalmarkt is gestegen.
het karakterB1
character
Zij heeft een sterk en vrolijk karakter.
de kassaA2
checkout
Bij de kassa is een lange rij.
de kassabonB2
receipt
Bewaar de kassabon voor de garantie.
de kassamedewerkerA2
checkout assistant
De kassamedewerker was heel vriendelijk.
het kassasysteemB2
point-of-sale system
Het kassasysteem lag er een uur uit.
de kastA1
cupboard, wardrobe
Je jas hangt in de kast.
de katB2
cat
De kat slaapt op de vensterbank.
het katernB2
newspaper section
Het economische katern verschijnt op zaterdag.
het katoenB2
cotton
Deze trui is van katoen.
het kattenluikB2
cat flap
Door het kattenluik kan zij zelf naar buiten.
de keelA1
throat
Ik heb pijn in mijn keel.
de keelpijnA2
sore throat
Ik heb keelpijn en kan slecht slikken.
de keerA1
time (occurrence)
Ik ga twee keer per week sporten.
de kelderA1
cellar, basement
De fietsen staan in de kelder.
de kennisA1
knowledge
Hij heeft veel kennis van computers.
acquaintance
Een kennis van mij werkt bij die school.
de kennisdelingB2
knowledge sharing
Kennisdeling tussen afdelingen verloopt moeizaam.
het kennisinstituutB2
knowledge institute
Het kennisinstituut adviseert de overheid.
het kennisniveauB2
level of knowledge
Het kennisniveau van de groep verschilt sterk.
de kennisontwikkelingB2
knowledge development
Kennisontwikkeling stopt niet na je diploma.
de kennisoverdrachtB2
knowledge transfer
Kennisoverdracht is niet het enige doel van onderwijs.

