Vocabulary
61 words · page 1 of 3
het ideeA1
idea
Dat is een goed idee.
het identiteitsbewijsA2
identity document
Neem een geldig identiteitsbewijs mee.
de identiteitscontroleB1
identity check
Bij binnenkomst is er een identiteitscontrole.
iedereA1
every, each
Iedere maandag heb ik les.
iedereenA1
everyone
Iedereen is welkom.
iemandA1
someone
Er staat iemand voor de deur.
ietsA1
something
Wil je iets drinken?
het ijsA1
ice, ice cream
De kinderen willen een ijsje.
inA1
in
Het zit in de kast.
de inburgeringA2
civic integration
De inburgering is verplicht voor veel nieuwkomers.
het inburgeringsexamenB1
civic integration exam
Zij is geslaagd voor het inburgeringsexamen.
de inburgeringsplichtA2
civic integration obligation
Voor veel nieuwkomers geldt een inburgeringsplicht.
de incassoB1
direct debit
De huur gaat via automatische incasso.
inclusiefB1
including
De prijs is inclusief btw en bezorging.
de INDA2
immigration service
De IND beslist over je verblijfsaanvraag.
inderdaadA2
indeed
Dat klopt inderdaad.
de indrukB1
impression
Hij maakte een goede indruk tijdens het gesprek.
de industrieA2
industry
De industrie verbruikt veel energie.
ineensA2
suddenly, all at once
Ineens ging het licht in het hele huis uit.
de informatieA1
information
Meer informatie vind je op de website.
informerenB1
informeerde · hebben geïnformeerd
to inform; to enquire
Wij informeren u zodra er nieuws is.
het ingrediëntA2
ingredient
Welke ingrediënten heb je nodig?
inhalenB1separable
haalde in · hebben ingehaald
to overtake
Hier mag je niet inhalen.
to catch up on, to make up
Ze moet de gemiste lessen nog inhalen.
de inhoudB1
content(s)
De inhoud van de brief was niet duidelijk.
het initiatiefB1
initiative
Zij neemt vaak zelf het initiatief.

