Je EigenRoute
Sign inRegister

Vocabulary

12 words · page 1 of 1

  • inhalenB1separable

    haalde in · hebben ingehaald

    to overtake

    Hier mag je niet inhalen.


    to catch up on, to make up

    Ze moet de gemiste lessen nog inhalen.

  • inleverenA2separable

    leverde in · hebben ingeleverd

    to hand in

    Je moet je huiswerk voor vrijdag inleveren.

  • inloggenA2separable

    logde in · hebben ingelogd

    to log in

    Log in met je e-mailadres.

  • inpakkenA2separable

    pakte in · hebben ingepakt

    to pack; to wrap

    Morgen gaan we op vakantie, dus ik moet nog inpakken.

  • inrichtenA2separable

    richtte in · hebben ingericht

    to furnish

    We moeten de woonkamer nog inrichten.

  • zich inschrijvenB1separablereflexiveirregular

    schreef in · schreven in · hebben ingeschreven

    to register, to enrol

    Je kunt je online inschrijven voor de cursus.

  • instappenA2separable

    stapte in · zijn ingestapt

    to board, to get in

    U kunt achterin instappen.

  • instemmenB1separable

    stemde in · hebben ingestemd

    to agree, to consent

    De meerderheid stemde met het voorstel in.

  • invullenA2separable

    vulde in · hebben ingevuld

    to fill in

    Vul het formulier volledig in.

  • inwerkenB1separable

    werkte in · hebben ingewerkt

    to train (a new employee)

    Een collega werkt je de eerste week in.

  • inzamelenB1separable

    zamelde in · hebben ingezameld

    to collect (waste, money)

    De gemeente komt op dinsdag het oud papier inzamelen.

  • zich inzettenB1separablereflexive

    zette in · hebben ingezet

    to commit oneself, to work for

    Zij zet zich in voor de buurt.