Je EigenRoute
Sign inRegister

Vocabulary

202 words · page 6 of 9

  • hooggespannenB2

    high (of expectations)

    De verwachtingen waren hooggespannen.

  • de hoogleraarB2

    professor

    De hoogleraar gaf een openbare lezing.

  • hoogstB2

    highly

    Dat is hoogst ongebruikelijk.

  • de hoogteB1

    height

    De vlieger vliegt op grote hoogte boven het strand.

  • het hoogwaterB1

    high water

    Bij hoogwater staan de dijken onder druk.

  • de hooikoortsB2

    hay fever

    In het voorjaar heeft zij last van hooikoorts.

  • de hoopB2

    hope

    Er is nog hoop op een goede afloop.


    a lot, a heap

    Ik heb nog een hoop werk te doen voor vrijdag.

  • hoopgevendB2

    hopeful, promising

    Dat is een hoopgevend signaal.

  • hoopvolB2

    hopeful

    De eerste resultaten zijn hoopvol.

  • het hoorcollegeB2

    lecture (to a large audience)

    Het hoorcollege is voor tweehonderd studenten.

  • hopelijkA2

    hopefully

    Hopelijk is het morgen mooi weer voor het feest.

  • hopenA1

    hoopte · hebben gehoopt

    to hope

    Ik hoop dat het lukt.

  • de horecaB2

    hospitality industry

    In de horeca werk je vaak in het weekend.

  • de horecamedewerkerB2

    hospitality worker

    Er is een tekort aan horecamedewerkers.

  • horenA1

    hoorde · hebben gehoord

    to hear

    Ik hoor je niet goed.


    to belong to, to be part of

    Deze oefening hoort bij hoofdstuk drie.

  • het horlogeA1

    watch

    Mijn horloge loopt achter.

  • het hotelA1

    hotel

    We slapen twee nachten in een hotel in Brugge.

  • houdbaarA2

    keeps until, non-perishable

    De melk is nog twee dagen houdbaar.

  • de houdbaarheidB2

    shelf life

    De houdbaarheid staat op de verpakking.

  • de houdbaarheidsdatumA2

    best-before date

    Kijk even naar de houdbaarheidsdatum.

  • houdenA1irregular

    hield · hielden · hebben gehouden

    to hold; to like (van)

    Ik houd van koffie.

  • het houtA2

    wood

    De tafel in onze keuken is van hout.

  • houtenB1

    wooden

    In de keuken staat een grote houten tafel.

  • de houtkapB2

    logging

    De houtkap ligt in het broedseizoen stil.

  • de houtproductieB2

    timber production

    Een deel van het bos is voor houtproductie.