Je EigenRoute
Sign inRegister

Vocabulary

76 words · page 3 of 4

  • ergensA2

    somewhere

    Mijn sleutels liggen hier ergens.

  • erkennenA2

    erkende · hebben erkend

    to acknowledge

    De minister erkende de fout.

  • ernstigB1

    serious, severe

    Hij is ernstig ziek en ligt in het ziekenhuis.

  • eruitzienA2separableirregular

    zag eruit · zagen eruit · hebben eruitgezien

    to look (like), to appear

    Weet jij hoe de nieuwe buurman eruitziet?

  • ervarenA2irregular

    ervoer · ervoeren · hebben ervaren

    to experience

    Veel mensen ervaren het examen als stressvol.

  • de ervaringA2

    experience

    Voor deze functie is ervaring nodig.

  • de erwtA1

    pea

    In de soep zitten erwten en wortels.

  • etenA1irregular

    at · aten · hebben gegeten

    to eat

    Wij eten meestal om zes uur.


    het eten

    food

    Nederlands eten is soms heel simpel.

  • het etiketA2

    label

    Kijk even op het etiket.

  • de euroA1

    euro

    De euro is in twintig landen betaalmiddel.

  • de evaluatieB1

    evaluation

    Na het project volgt een evaluatie.

  • evenA1

    just, for a moment

    Wacht even, ik kom eraan.

  • het evenementB1

    event

    Het evenement trekt duizenden bezoekers.

  • het examenB1

    exam

    Het examen is over twee weken.

  • de examenkostenB1

    exam fees

    De examenkosten betaal je zelf.

  • de examenstofB1

    exam material

    De examenstof staat in de studiegids.

  • de examenstressB1

    exam stress

    Veel studenten hebben last van examenstress.

  • de examentrainingB1

    exam preparation course

    De examentraining duurt vier weken.

  • de examenuitslagB1

    exam result

    De examenuitslag komt over vier weken.

  • de examenvoorbereidingB1

    exam preparation

    De examenvoorbereiding duurt twee maanden.

  • de examenvraagB1

    exam question

    Elke examenvraag heeft vier antwoorden.

  • de excursieB1

    excursion, field trip

    De school organiseert een excursie naar het museum.

  • het excuusB1

    apology; excuse

    Hij bood zijn excuses aan voor het late antwoord.

  • de expertB1

    expert (specialist)

    Een expert legt op tv uit wat er gebeurd is.

  • extraA2

    extra, additional

    Voor een extra koffer betaal je dertig euro.