Je EigenRoute
Sign inRegister

Vocabulary

83 words · page 1 of 4

  • daarA1

    there

    Daar staat mijn fiets.

  • daarnaA1

    after that

    Eerst eten we, daarna gaan we wandelen.

  • daarnaastA2

    in addition

    Daarnaast volg ik een cursus.

  • daaromA1

    therefore

    Het regende, daarom bleef ik thuis.

  • de dagA1

    day

    Elke dag ga ik naar mijn werk.


    hello; bye

    Dag mevrouw, kan ik u helpen?

  • het dagelijksA1

    daily

    Ik oefen dagelijks een half uur.

  • het dakA2

    roof

    Het dak lekt bij zware regen.

  • de dameA2

    lady

    De dame achter de balie helpt u graag verder.

  • danA1

    then

    Eerst eten, dan afwassen.

  • dankjewelA1

    thank you

    Dankjewel voor je hulp.

  • de dansA2

    dance

    Op de bruiloft deed iedereen mee aan de dans.

  • dansenA2

    danste · hebben gedanst

    to dance

    Op het feest werd er gedanst.

  • datA1

    that (conjunction)

    Ik denk dat de trein vandaag later komt.

  • de datumA1

    date

    Wat is de datum van vandaag?

  • de deadlineA2

    deadline

    De deadline is vrijdag.

  • het debatA2

    debate

    Het debat werd live uitgezonden.

  • decemberA1

    December

    In december zijn er veel feestdagen.

  • het deelA1

    part

    Het eerste deel van de cursus is klaar.

  • het dekbedA1

    duvet

    In de winter gebruik ik een dik dekbed.

  • delenA1

    deelde · hebben gedeeld

    to share, to divide

    We delen de kosten samen.

  • de democratieA2

    democracy

    In een democratie telt elke stem.

  • denkenA1irregular

    dacht · dachten · hebben gedacht

    to think

    Ik denk dat het goed komt.

  • derdeA1

    third

    Hij werd derde in de wedstrijd.

  • dertigA1

    thirty

    Ik ben dertig jaar oud.

  • de deurA1

    door

    Doe je de deur even dicht?