Je EigenRoute
Sign inRegister

Vocabulary

150 words · page 1 of 6

  • de daadkrachtB2

    decisiveness, drive

    Het plan vraagt om daadkracht.

  • de dagA1

    day

    Elke dag ga ik naar mijn werk.


    hello; bye

    Dag mevrouw, kan ik u helpen?

  • de dagbestedingB2

    day activity programme

    Hij gaat drie dagen per week naar de dagbesteding.

  • het dagbladB2

    daily newspaper

    Het dagblad verschijnt zes keer per week.

  • het dagelijksA1

    daily

    Ik oefen dagelijks een half uur.

  • het dakA2

    roof

    Het dak lekt bij zware regen.

  • de dakconstructieB2

    roof structure

    De dakconstructie moet vernieuwd worden.

  • de dakloosheidB2

    homelessness

    Dakloosheid neemt ook onder jongeren toe.

  • het dalB2

    valley

    In het dal is het warmer.

  • de dalingB2

    decline, drop

    Na de piek volgde een scherpe daling.

  • de dameA2

    lady

    De dame achter de balie helpt u graag verder.

  • de dankbaarheidB2

    gratitude

    Hij sprak zijn dankbaarheid uit.

  • de dansA2

    dance

    Op de bruiloft deed iedereen mee aan de dans.

  • de darmB2

    intestine

    Vezels zijn goed voor de darmen.

  • de databundelB2

    data bundle

    Mijn databundel is halverwege de maand op.

  • het datalekB2

    data breach

    Na het datalek moesten alle wachtwoorden gewijzigd worden.

  • de dataverzamelingB2

    data collection

    De dataverzameling duurde zes maanden.

  • de datumA1

    date

    Wat is de datum van vandaag?

  • de dauwB2

    dew

    Het gras was nat van de dauw.

  • de deadlineA2

    deadline

    De deadline is vrijdag.

  • het debatA2

    debate

    Het debat werd live uitgezonden.

  • decemberA1

    December

    In december zijn er veel feestdagen.

  • het decorB2

    set, scenery

    Het decor is in de studio gebouwd.

  • de decorbouwerB2

    set builder

    De decorbouwers werkten de hele nacht door.

  • het deelA1

    part

    Het eerste deel van de cursus is klaar.