Vocabulary
145 words · page 1 of 6
het cadeauA1
present, gift
Voor zijn verjaardag kreeg hij een mooi cadeau.
het caféA2
café, pub
We spreken af in het café op de hoek.
de calorieB2
calorie
Deze maaltijd bevat achthonderd calorieën.
de cameraA2
camera
In de winkel hangen overal camera's.
het camerastandpuntB2
camera angle
Het camerastandpunt bepaalt de sfeer.
de campagneB2
campaign
De gemeente start een campagne tegen afval op straat.
de caoB2
collective labour agreement
De lonen zijn vastgelegd in de cao.
de capsuleB2
capsule
De capsule mag je niet openmaken.
de cardioloogB2
cardiologist
De cardioloog bekeek het hartfilmpje.
de carrièreB1
career (success)
Zij wil een carrière in de zorg opbouwen.
de cassatieB2
cassation, final appeal
In cassatie wordt alleen naar het recht gekeken.
de catalogusB2
catalogue
Zoek de titel in de catalogus.
de categorieB1
category
In welke categorie valt dit product?
de cdA2
CD
Mijn vader luistert in de auto nog naar een cd.
de celB2
cell
Het menselijk lichaam bestaat uit miljarden cellen.
de celstrafB2
prison sentence
De rechter legde een celstraf op.
het cementB2
cement
Er is nog een zak cement over.
de censuurB2
censorship
In dat land bestaat censuur op de pers.
centraalB1
central
Het hotel ligt centraal, vlak bij het station.
het centrumA1
centre (of town)
Ik woon tien minuten van het centrum.
het certificaatB1
certificate
Na de cursus krijg je een certificaat.
de certificeringB2
certification
De certificering wordt jaarlijks getoetst.
de cesuurB2
pass mark boundary
De cesuur ligt dit jaar bij 60 procent.
de champignonA1
mushroom
In de saus zitten champignons.
de chauffeurA2
driver
Vraag het even aan de chauffeur.

