Vocabulary
8 words · page 1 of 1
het cadeauA1
present, gift
Voor zijn verjaardag kreeg hij een mooi cadeau.
het centrumA1
centre (of town)
Ik woon tien minuten van het centrum.
de champignonA1
mushroom
In de saus zitten champignons.
de chocoladeA1
chocolate
Zij houdt van donkere chocolade.
de citroenA1
lemon
Doe wat citroen in het water.
de computerA1
computer
Mijn computer is heel langzaam.
het contactA1
contact
Ik heb nog geen contact met hem gehad.
de cultuurA1
culture
Elke cultuur kent eigen omgangsvormen.

