Je EigenRoute
Sign inRegister

Vocabulary

12 words · page 1 of 1

  • bakkenA2irregular

    bakte · bakten · hebben gebakken

    to fry, to bake

    Ik bak een ei voor het ontbijt.

  • bedenkenA2irregular

    bedacht · bedachten · hebben bedacht

    to think up, to come up with

    Wie heeft dit plan bedacht?


    zich bedenkenreflexive

    to change one's mind

    Hij wilde eerst mee, maar bedacht zich.

  • bedervenA2irregular

    bedierf · bedierven · zijn bedorven

    to spoil, to go off

    Vlees bederft snel in de warmte.

  • beginnenA1irregular

    begon · begonnen · zijn begonnen

    to begin

    De les begint om negen uur.

  • begrijpenA1irregular

    begreep · begrepen · hebben begrepen

    to understand

    Ik begrijp de vraag niet helemaal.

  • bekijkenA2irregular

    bekeek · bekeken · hebben bekeken

    to look at, to view

    Wil je de foto's van de vakantie bekijken?

  • besluitenA2irregular

    besloot · besloten · hebben besloten

    to decide

    We hebben besloten te verhuizen.

  • bestaanA1irregular

    bestond · bestonden · hebben bestaan

    to exist

    Zo'n regel bestaat hier niet.

  • bezoekenA2irregular

    bezocht · bezochten · hebben bezocht

    to visit

    We bezoeken zondag mijn ouders.

  • blijvenA1irregular

    bleef · bleven · zijn gebleven

    to stay

    Blijf je vanavond eten?

  • brekenA2irregular

    brak · braken · hebben/zijn gebroken

    to break

    Ze is gevallen en heeft haar arm gebroken.

  • brengenA1irregular

    bracht · brachten · hebben gebracht

    to bring, to take

    Ik breng de kinderen naar school.