Vocabulary
511 words · page 9 of 21
de beschrijvingB1
description
Lees eerst de beschrijving van het product goed.
beslissenB1
besliste · hebben beslist
to decide (make a choice)
Je moet zelf beslissen welke opleiding je kiest.
de beslissingB1
decision (choice)
Het was een moeilijke beslissing om te verhuizen.
het besluitB1
decision
De gemeente heeft een besluit genomen over de nieuwe weg.
de besluiteloosheidB2
indecisiveness
Zijn besluiteloosheid kostte het team tijd.
besluitenA2irregular
besloot · besloten · hebben besloten
to decide
We hebben besloten te verhuizen.
de besluitvormingB2
decision-making
De besluitvorming verliep traag.
het besluitvormingsprocesB2
decision-making process
Het besluitvormingsproces duurde te lang.
de besmettingB2
infection, contagion
Het aantal besmettingen daalt.
het besmettingsrisicoB2
risk of infection
Het besmettingsrisico is binnen groter.
besprekenB1irregular
besprak · bespraken · hebben besproken
to discuss
Dat bespreken we morgen in de vergadering.
bestaanA1irregular
bestond · bestonden · hebben bestaan
to exist
Zo'n regel bestaat hier niet.
de bestaanszekerheidB2
economic security
Bestaanszekerheid werd een verkiezingsthema.
het bestandsformaatB2
file format
Lever je werk aan in dit bestandsformaat.
bestedenB1
besteedde · hebben besteed
to spend (time, money)
Hoeveel geld besteed jij per maand aan boodschappen?
het bestedingspatroonB2
spending pattern
Het bestedingspatroon van huishoudens is verschoven.
bestellenA2
bestelde · hebben besteld
to order
Zullen we pizza bestellen?
de bestellingA2
order
Uw bestelling is onderweg.
de bestemmingA2
destination
We komen om drie uur op onze bestemming aan.
het bestemmingsplanB2
zoning plan
Volgens het bestemmingsplan mag hier niet gebouwd worden.
bestrijdenB2irregular
bestreed · bestreden · hebben bestreden
to contest, to dispute
Hij bestrijdt die conclusie met cijfers.
de bestuivingB2
pollination
Zonder bijen is er geen bestuiving.
het bestuurB2
board, management; government
Het bestuur van de vereniging komt elke maand bijeen.
de bestuurderB1
driver; director
De bestuurder van de auto is gewond geraakt.
bestuurlijkB2
administrative, governance-related
Het is een bestuurlijk probleem, geen technisch.

