Vocabulary
253 words · page 7 of 11
bijkomenB1separableirregular
kwam bij · kwamen bij · zijn bijgekomen
to recover, to catch one's breath
Ik ben nog aan het bijkomen van de reis.
de bijlageB1
attachment, enclosure
In de bijlage vindt u mijn cv.
de bijlesB1
extra tuition
Hij krijgt bijles voor Nederlands.
bijnaA1
almost
Ik ben bijna klaar.
de bijrijderB1
passenger (front seat)
De bijrijder leest de route voor.
de bijsluiterB1
package leaflet
Lees altijd de bijsluiter van je medicijn.
bijvoorbeeldA1
for example
Neem bijvoorbeeld de bus van acht uur.
de bijwerkingB1
side effect
Dit medicijn heeft weinig bijwerkingen.
bijzonderA2
special, remarkable
Het was een bijzondere dag voor onze familie.
het biljetA2
banknote
Kunt u dit biljet van vijftig wisselen?
binnenA1
inside; within
Kom binnen, het is koud buiten.
binnenkortA2
soon, shortly
Binnenkort gaan we verhuizen naar een groter huis.
biologischA2
organic
Deze groente is biologisch geteeld.
de bioscoopB1
cinema
We gaan vanavond naar de bioscoop.
bitterA2
bitter
Zwarte koffie smaakt bitter.
blauwA1
blue
De lucht is vandaag blauw.
de blessureA2
injury (sports)
Door een blessure kan hij niet sporten.
blijA1
happy, glad
Ik ben blij met het resultaat.
blijkenB1irregular
bleek · bleken · zijn gebleken
to turn out, to appear
Het bleek dat niemand de sleutel had.
blijvenA1irregular
bleef · bleven · zijn gebleven
to stay
Blijf je vanavond eten?
blikA2
look, gaze
Aan zijn blik zag ik dat hij loog.
het blikjeA2
can, tin
In de koelkast staat nog een blikje.
het bloedA2
blood
Ze hebben mijn bloed onderzocht.
de bloeddrukA2
blood pressure
De dokter meet eerst uw bloeddruk.
het bloedonderzoekB1
blood test
Het bloedonderzoek liet niets bijzonders zien.

