Vocabulary
156 words · page 6 of 7
de brandA2
fire (accident)
Bij brand moet je direct 112 bellen.
breedA1
wide
Dit is een brede straat.
brekenA2irregular
brak · braken · hebben/zijn gebroken
to break
Ze is gevallen en heeft haar arm gebroken.
brengenA1irregular
bracht · brachten · hebben gebracht
to bring, to take
Ik breng de kinderen naar school.
de briefA1
letter
Ik heb een brief van de gemeente gekregen.
de brievenbusA1
letterbox
Er zit post in de brievenbus.
de brilA1
glasses
Zonder bril zie ik niets.
de broekA1
trousers
Deze broek is te lang.
de broerA1
brother
Mijn broer woont in België.
de bronA1
source
Controleer altijd de bron van een bericht.
het broodA1
bread
Ik eet elke ochtend brood.
de brugA2
bridge
De brug is open voor een boot.
bruinA1
brown
Ik eet liever bruin brood.
het budgetA2
budget
Mijn budget voor deze maand is op.
de buikA1
belly, stomach
Mijn buik doet pijn.
de buikpijnA2
stomach ache
Het kind heeft buikpijn.
buitenA1
outside
De kinderen spelen buiten.
de buitenlampA1
outdoor light
De buitenlamp gaat automatisch aan.
het buitenlandA2
abroad, foreign countries
Wij gaan deze zomer op vakantie naar het buitenland.
de buitenruimteA2
outdoor space
De woning heeft geen buitenruimte.
het bureauA2
desk; office, agency
Ik heb een bureau bij het raam in mijn kamer.
de burenA2
neighbours
Onze buren zijn erg vriendelijk.
de burgemeesterA2
mayor
De burgemeester opende de nieuwe brug.
de burgerA2
citizen
Elke burger heeft dezelfde rechten.
het burgerservicenummerA2
citizen service number (BSN)
U hebt uw burgerservicenummer nodig.

