Je EigenRoute
Sign inRegister

Vocabulary

76 words · page 1 of 4

  • aanA1

    on, at, to

    De foto hangt aan de muur.

  • aanbiedenA2separableirregular

    bood aan · boden aan · hebben aangeboden

    to offer

    Zij bood aan om te helpen.

  • de aanbiedingA2

    special offer

    De kaas is in de aanbieding.

  • het aanbodA2

    range, offer

    Het aanbod in deze winkel is groot.

  • de aandachtA1

    attention

    Besteed extra aandacht aan de uitspraak.

  • het aandeelA2

    share, stock

    Hij kocht aandelen in een energiebedrijf.

  • zich aankledenA2separablereflexive

    kleedde aan · hebben aangekleed

    to get dressed

    Ik kleed me snel aan en ga naar mijn werk.

  • aankomenA2separableirregular

    kwam aan · kwamen aan · zijn aangekomen

    to arrive

    Wij komen om acht uur aan.


    to put on weight

    Sinds de winter is hij vijf kilo aangekomen.

  • de aankomsthalA2

    arrivals hall

    Ik wacht op je in de aankomsthal.

  • de aankomsttijdA2

    arrival time

    De aankomsttijd staat op je kaartje.

  • de aankoopA2

    purchase

    Bewaar de bon van je aankoop.

  • de aanleidingA2

    reason, occasion

    Wat was de aanleiding voor dit besluit?

  • aanpassenA2separable

    paste aan · hebben aangepast

    to adjust, to adapt (something)

    We passen het rooster aan de vakantie aan.


    zich aanpassenreflexive

    to adapt (oneself), to adjust

    Je moet je aanpassen aan de nieuwe regels.

  • aanrakenA2separable

    raakte aan · hebben aangeraakt

    to touch

    Raak de hete pan niet aan.

  • de aanstellingA2

    appointment (to a post)

    Zij kreeg een vaste aanstelling.

  • het aantalA1

    number, amount

    Het aantal deelnemers groeit.

  • aanwezigA2

    present

    Je moet minstens 80% aanwezig zijn.

  • de aanwezigheidA2

    attendance, presence

    Wij stellen uw aanwezigheid op prijs.

  • de aardappelA1

    potato

    We eten vanavond aardappelen.

  • de aardbeiA1

    strawberry

    In juni zijn de aardbeien het lekkerst.

  • de aardeA2

    earth

    De aarde warmt sneller op dan verwacht.


    soil, earth (the material)

    Doe wat aarde in de pot voordat je de plant erin zet.

  • aardigA2

    nice, kind

    Mijn nieuwe collega's zijn erg aardig.

  • het accountA2

    account (online)

    Maak eerst een account aan op de website.

  • achtA1

    eight

    Ik begin om acht uur.

  • achterA1

    behind

    De tuin ligt achter het huis.