المفردات
2916 كلمة · صفحة 86 من 117
de stoelA1
كرسي
Neem een stoel en ga zitten.
de stoepA2
رصيف
Loop op de stoep, niet op het fietspad.
de stofB1
قماش؛ مادة
Deze jurk is gemaakt van een zachte stof.
het stof
غبار
Op de kast ligt een dikke laag stof.
stofzuigenA2
stofzuigde · hebben gestofzuigd
يكنس بالمكنسة
Ik stofzuig één keer per week.
de stofzuigerA2
مكنسة كهربائية
Waar staat de stofzuiger?
het stopcontactA1
مقبس كهربائي
Er is hier geen stopcontact.
stoppenA1
stopte · hebben/zijn gestopt
يتوقف
Hij is gestopt met roken.
de storingA2
عطل
Er is een storing in de verwarming.
de stormB1
عاصفة
Door de storm reden er geen treinen.
de stortingA2
إيداع
De storting is nog niet zichtbaar op mijn rekening.
de straatA1
شارع
Ik woon in een rustige straat.
de strafA2
عقوبة
Hij kreeg een voorwaardelijke straf.
straksA1
بعد قليل
Ik bel je straks even terug.
het strandB1
شاطئ
Het strand is een half uur rijden.
de stressB1
ضغط نفسي
Door de drukte heb ik veel stress.
de strijdB1
كفاح، صراع
De strijd tegen armoede is nog niet gewonnen.
stromenB1
stroomde · hebben/zijn gestroomd
يتدفّق
Het water stroomt van de berg naar het dal.
de stroopwafelA1
وافل الشراب
Een stroopwafel bij de koffie is heerlijk.
de studentA1
طالب
Als student krijg je korting.
studerenB1
studeerde · hebben gestudeerd
يدرس
Ik studeer elke avond twee uur.
de studieA2
دراسة
Na haar studie wil zij als advocaat werken.
het studieadviesB1
إرشاد دراسي
Vraag studieadvies aan bij de school.
de studiebegeleidingB1
الإرشاد الدراسي
De school biedt studiebegeleiding aan.
de studieduurB1
مدة الدراسة
De studieduur is vier jaar.
de studiefinancieringB1
تمويل الدراسة
Studenten kunnen studiefinanciering aanvragen.

